Landing Platform Docks (LPD) - Navy Inside Navyinside.nl
Navy Inside

Zoekveld

Navy Inside
De Nederlandse marine opereert sinds 1998 met Landing Platform Dock’s. In dat jaar werd de “Zr.Ms. Rotterdam” in dienst gesteld. In 2007 werd het tweede schip, de “Zr.Ms. Johan de Witt” in dienst gesteld. Met de komst van de LPD’s heeft de Nederlandse marine multifunctionele schepen die voor een divers aantal taken kan worden ingezet.
De Nederlandse marine opereert sinds 1998 met Landing Platform Dock’s. In dat jaar werd de “Zr.Ms. Rotterdam” in dienst gesteld. In 2007 werd het tweede schip, de “Zr.Ms. Johan de Witt” in dienst gesteld. Met de komst van de LPD’s heeft de Nederlandse marine multifunctionele schepen die voor een divers aantal taken kan worden ingezet.

Ontwikkeling en bouw

Het korps mariniers was voor de komst van de amfibische transportschepen afhankelijk van koopvaardijschepen, fregatten, bevoorraders en schepen van de Britse marine. In de jaren ’70 werd erkend dat de Nederlandse marine meer slagkracht landinwaarts moest gaan ontwikkelen en het gebrek van een amfibisch platform werd steeds moeilijker op te lossen. In de jaren ’80 werd er in een studie gesproken over het vervoer van amfibische gevechtstroepen, maar het ontwikkelen en bouwen van een schip dat alleen gericht was op amfibisch transport werd te duur geacht. Het korps mariniers kon zich hier niet in vinden en na een aantal jaar werd in 1986 in het “Defensieplan 1986 – 1996” werd vermeld dat de Nederlandse marine een amfibisch transportschip (ATS) zou verwerven. In 1991 werd het nieuwe transportschip aangekondigd.
Ook in Spanje nam de behoefte toe voor de ontwikkeling van een amfibisch transportschip. Nederland ging voor de ontwikkeling van een nieuw ATS samenwerken met Spanje, wat resulteerde in het huidige ontwerp van de “Zr.Ms. Rotterdam / SPS Galicia”.
In 1994 werd de opdracht voor de constructie van de Zr.Ms. Rotterdam gegeven aan de Koninklijke Schelde groep. Het Spaanse scheepsbouw bedrijf “Navantia” kreeg de opdracht voor de bouw van de bouw van de “SPS Galicia” en de “SPS Castilla”. De schepen werden in de periode van 1998 tot 2000 in dienst gesteld bij de beide vloten.
Doordat operaties zich steeds dichter bij de kust gingen afspelen, bleek in de jaren ’90 dat er nog steeds een behoefte was aan een amfibische transport capaciteit. Daarbij was er een groeiende behoefte aan commando faciliteiten voor nationaal en internationaal optreden. In 1999 werd de bouw van een tweede LPD, de Zr.Ms. Johan de Witt, aangekondigd.
De Johan de Witt werd met de ervaringen van het eerste LPD ontwikkeld. Het LPD-2 is echter 12 meter langer, breder en hoger. De indeling van het schip is anders. In tegenstelling tot LPD-1 heeft LPD-2 davits voor vier Landing Craft Vehicle And Personnel (LCVP).

Amfibische operaties

De belangrijkste taak van de amfibische transportschepen is het ondersteunen van amfibische operaties. De schepen zijn allen uitgerust met een dok, wat het mogelijk maakt om in geval dat er geen haven in de nabijheid is, toch materieel en personeel aan land te brengen. De schepen zijn uitgerust om als commandocentrum te kunnen fungeren voor het aansturen van amfibische en maritieme operaties.
De amfibische transportschepen hebben een dok voor diverse landingsvaartuigen. De Zr.Ms. Rotterdam heeft de mogelijkheid om twee Landingcraft Utility’s (LCU) en drie LCVP’s mee te nemen. De Johan de Witt twee LCU's en vier LCVP's. De Spaanse schepen hebben een dok voor vier kleine landingsboten en vier “Landing craft Assault’s (LCA)”.

Ziekenhuis

De schepen zijn allen uitgerust met medische faciliteiten aan boord. Hierdoor zijn de LPD’s geschikt om landeenheden medische ondersteuning te geven. De schepen zijn uitgerust met operatiekamers, verpleegzalen en een IC-unit. De Spaanse schepen zijn hierbij nog uitgerust met een speciale röntgenruimte.

Minimaal bewapend

De amfibische transportschepen zijn minimaal bewapend. De bewapening bestaat uit diverse kanonsystemen voor zelfverdediging. De Nederlandse schepen zijn ieder uitgerust met twee Goalkeeper Close-In-Weapon-Systems. Dit snelvuurkanon kan 4200 kogels per minuut vuren en heeft een bereik van tussen de 350 en 1000 meter. Verder zijn de Nederlandse schepen uitgerust met maximaal tien 12.7 mitrailleurs. De Spaanse schepen zijn ieder uitgerust met twee tot vier Oerlikon mitrailleurs. Verder zijn de LPD’s uitgerust met chaffs tegen vijandelijke raketten.

Specificaties

Afmetingen Rotterdam - lengte: 166m; breedte: 27m; diepgang: 6m
Galiciaklasse - lengte: 166m; breedte: 25m; diepgang: 5,8m
Johan de Witt - lengte: 177m; breedte: 29,9m; diepgang: 5,9m
Water verplaatsing Rotterdam - 12750 ton
Galiciaklasse - 13815 ton
Johan de Witt - 15500 ton
Bemanning Rotterdam - 130 (+604) man
Galiciaklasse - 185 (+615) man
Johan de Witt - 146 (+555) man
Voortstuwing Rotterdam - 2 Stork Werkspoor diesels, totaal 21.000 pk
Galiciaklasse - 4 diesel Caterpillar 3612
Johan de Witt - 4 Stork Wärtsilä, totaal 19.800 pk
Maximale snelheid 19 knopen, Rotterdam 21 knopen
Bewapening Nederlandse schepen:
2 Goalkeeper close-in-weapon-system
Tot 10 12,6mm mitrailleurs
6 NH90 NATO Frigate Helicopters of 6 AS-532U2 Cougar-transporthelikopter of 6 CH-47 Chinook middelzware transporthelikopters
Landing Craft Utility's en Landing Craft Vehicle and personnel

Spaanse schepen:
2 Oerlikon Contraves 20mm
6 NH90 NATO Frigate Helicopters of SH-3 Sea King helikopters
4 Landing Craft Mechanized 1E's

Bemanningslijsten

Ontwikkeling en bouw

Het korps mariniers was voor de komst van de amfibische transportschepen afhankelijk van koopvaardijschepen, fregatten, bevoorraders en schepen van de Britse marine. In de jaren ’70 werd erkend dat de Nederlandse marine meer slagkracht landinwaarts moest gaan ontwikkelen en het gebrek van een amfibisch platform werd steeds moeilijker op te lossen. In de jaren ’80 werd er in een studie gesproken over het vervoer van amfibische gevechtstroepen, maar het ontwikkelen en bouwen van een schip dat alleen gericht was op amfibisch transport werd te duur geacht. Het korps mariniers kon zich hier niet in vinden en na een aantal jaar werd in 1986 in het “Defensieplan 1986 – 1996” werd vermeld dat de Nederlandse marine een amfibisch transportschip (ATS) zou verwerven. In 1991 werd het nieuwe transportschip aangekondigd.
Ook in Spanje nam de behoefte toe voor de ontwikkeling van een amfibisch transportschip. Nederland ging voor de ontwikkeling van een nieuw ATS samenwerken met Spanje, wat resulteerde in het huidige ontwerp van de “Zr.Ms. Rotterdam / SPS Galicia”.
In 1994 werd de opdracht voor de constructie van de Zr.Ms. Rotterdam gegeven aan de Koninklijke Schelde groep. Het Spaanse scheepsbouw bedrijf “Navantia” kreeg de opdracht voor de bouw van de bouw van de “SPS Galicia” en de “SPS Castilla”. De schepen werden in de periode van 1998 tot 2000 in dienst gesteld bij de beide vloten.
Doordat operaties zich steeds dichter bij de kust gingen afspelen, bleek in de jaren ’90 dat er nog steeds een behoefte was aan een amfibische transport capaciteit. Daarbij was er een groeiende behoefte aan commando faciliteiten voor nationaal en internationaal optreden. In 1999 werd de bouw van een tweede LPD, de Zr.Ms. Johan de Witt, aangekondigd.
De Johan de Witt werd met de ervaringen van het eerste LPD ontwikkeld. Het LPD-2 is echter 12 meter langer, breder en hoger. De indeling van het schip is anders. In tegenstelling tot LPD-1 heeft LPD-2 davits voor vier Landing Craft Vehicle And Personnel (LCVP).

Amfibische operaties

De belangrijkste taak van de amfibische transportschepen is het ondersteunen van amfibische operaties. De schepen zijn allen uitgerust met een dok, wat het mogelijk maakt om in geval dat er geen haven in de nabijheid is, toch materieel en personeel aan land te brengen. De schepen zijn uitgerust om als commandocentrum te kunnen fungeren voor het aansturen van amfibische en maritieme operaties.
De amfibische transportschepen hebben een dok voor diverse landingsvaartuigen. De Zr.Ms. Rotterdam heeft de mogelijkheid om twee Landingcraft Utility’s (LCU) en drie LCVP’s mee te nemen. De Johan de Witt twee LCU's en vier LCVP's. De Spaanse schepen hebben een dok voor vier kleine landingsboten en vier “Landing craft Assault’s (LCA)”.

Ziekenhuis

De schepen zijn allen uitgerust met medische faciliteiten aan boord. Hierdoor zijn de LPD’s geschikt om landeenheden medische ondersteuning te geven. De schepen zijn uitgerust met operatiekamers, verpleegzalen en een IC-unit. De Spaanse schepen zijn hierbij nog uitgerust met een speciale röntgenruimte.

Minimaal bewapend

De amfibische transportschepen zijn minimaal bewapend. De bewapening bestaat uit diverse kanonsystemen voor zelfverdediging. De Nederlandse schepen zijn ieder uitgerust met twee Goalkeeper Close-In-Weapon-Systems. Dit snelvuurkanon kan 4200 kogels per minuut vuren en heeft een bereik van tussen de 350 en 1000 meter. Verder zijn de Nederlandse schepen uitgerust met maximaal tien 12.7 mitrailleurs. De Spaanse schepen zijn ieder uitgerust met twee tot vier Oerlikon mitrailleurs. Verder zijn de LPD’s uitgerust met chaffs tegen vijandelijke raketten.

Specificaties

Afmetingen Rotterdam - lengte: 166m; breedte: 27m; diepgang: 6m
Galiciaklasse - lengte: 166m; breedte: 25m; diepgang: 5,8m
Johan de Witt - lengte: 177m; breedte: 29,9m; diepgang: 5,9m
Water verplaatsing Rotterdam - 12750 ton
Galiciaklasse - 13815 ton
Johan de Witt - 15500 ton
Bemanning Rotterdam - 130 (+604) man
Galiciaklasse - 185 (+615) man
Johan de Witt - 146 (+555) man
Voortstuwing Rotterdam - 2 Stork Werkspoor diesels, totaal 21.000 pk
Galiciaklasse - 4 diesel Caterpillar 3612
Johan de Witt - 4 Stork Wärtsilä, totaal 19.800 pk
Maximale snelheid 19 knopen, Rotterdam 21 knopen
Bewapening Nederlandse schepen:
2 Goalkeeper close-in-weapon-system
Tot 10 12,6mm mitrailleurs
6 NH90 NATO Frigate Helicopters of 6 AS-532U2 Cougar-transporthelikopter of 6 CH-47 Chinook middelzware transporthelikopters
Landing Craft Utility's en Landing Craft Vehicle and personnel

Spaanse schepen:
2 Oerlikon Contraves 20mm
6 NH90 NATO Frigate Helicopters of SH-3 Sea King helikopters
4 Landing Craft Mechanized 1E's

Bemanningslijsten

Ontwikkeling en bouw

Het korps mariniers was voor de komst van de amfibische transportschepen afhankelijk van koopvaardijschepen, fregatten, bevoorraders en schepen van de Britse marine. In de jaren ’70 werd erkend dat de Nederlandse marine meer slagkracht landinwaarts moest gaan ontwikkelen en het gebrek van een amfibisch platform werd steeds moeilijker op te lossen. In de jaren ’80 werd er in een studie gesproken over het vervoer van amfibische gevechtstroepen, maar het ontwikkelen en bouwen van een schip dat alleen gericht was op amfibisch transport werd te duur geacht. Het korps mariniers kon zich hier niet in vinden en na een aantal jaar werd in 1986 in het “Defensieplan 1986 – 1996” werd vermeld dat de Nederlandse marine een amfibisch transportschip (ATS) zou verwerven. In 1991 werd het nieuwe transportschip aangekondigd.
Ook in Spanje nam de behoefte toe voor de ontwikkeling van een amfibisch transportschip. Nederland ging voor de ontwikkeling van een nieuw ATS samenwerken met Spanje, wat resulteerde in het huidige ontwerp van de “Zr.Ms. Rotterdam / SPS Galicia”.
In 1994 werd de opdracht voor de constructie van de Zr.Ms. Rotterdam gegeven aan de Koninklijke Schelde groep. Het Spaanse scheepsbouw bedrijf “Navantia” kreeg de opdracht voor de bouw van de bouw van de “SPS Galicia” en de “SPS Castilla”. De schepen werden in de periode van 1998 tot 2000 in dienst gesteld bij de beide vloten.
Doordat operaties zich steeds dichter bij de kust gingen afspelen, bleek in de jaren ’90 dat er nog steeds een behoefte was aan een amfibische transport capaciteit. Daarbij was er een groeiende behoefte aan commando faciliteiten voor nationaal en internationaal optreden. In 1999 werd de bouw van een tweede LPD, de Zr.Ms. Johan de Witt, aangekondigd.
De Johan de Witt werd met de ervaringen van het eerste LPD ontwikkeld. Het LPD-2 is echter 12 meter langer, breder en hoger. De indeling van het schip is anders. In tegenstelling tot LPD-1 heeft LPD-2 davits voor vier Landing Craft Vehicle And Personnel (LCVP).

Amfibische operaties

De belangrijkste taak van de amfibische transportschepen is het ondersteunen van amfibische operaties. De schepen zijn allen uitgerust met een dok, wat het mogelijk maakt om in geval dat er geen haven in de nabijheid is, toch materieel en personeel aan land te brengen. De schepen zijn uitgerust om als commandocentrum te kunnen fungeren voor het aansturen van amfibische en maritieme operaties.
De amfibische transportschepen hebben een dok voor diverse landingsvaartuigen. De Zr.Ms. Rotterdam heeft de mogelijkheid om twee Landingcraft Utility’s (LCU) en drie LCVP’s mee te nemen. De Johan de Witt twee LCU's en vier LCVP's. De Spaanse schepen hebben een dok voor vier kleine landingsboten en vier “Landing craft Assault’s (LCA)”.

Ziekenhuis

De schepen zijn allen uitgerust met medische faciliteiten aan boord. Hierdoor zijn de LPD’s geschikt om landeenheden medische ondersteuning te geven. De schepen zijn uitgerust met operatiekamers, verpleegzalen en een IC-unit. De Spaanse schepen zijn hierbij nog uitgerust met een speciale röntgenruimte.

Minimaal bewapend

De amfibische transportschepen zijn minimaal bewapend. De bewapening bestaat uit diverse kanonsystemen voor zelfverdediging. De Nederlandse schepen zijn ieder uitgerust met twee Goalkeeper Close-In-Weapon-Systems. Dit snelvuurkanon kan 4200 kogels per minuut vuren en heeft een bereik van tussen de 350 en 1000 meter. Verder zijn de Nederlandse schepen uitgerust met maximaal tien 12.7 mitrailleurs. De Spaanse schepen zijn ieder uitgerust met twee tot vier Oerlikon mitrailleurs. Verder zijn de LPD’s uitgerust met chaffs tegen vijandelijke raketten.

Specificaties

Afmetingen Rotterdam - lengte: 166m; breedte: 27m; diepgang: 6m
Galiciaklasse - lengte: 166m; breedte: 25m; diepgang: 5,8m
Johan de Witt - lengte: 177m; breedte: 29,9m; diepgang: 5,9m
Water verplaatsing Rotterdam - 12750 ton
Galiciaklasse - 13815 ton
Johan de Witt - 15500 ton
Bemanning Rotterdam - 130 (+604) man
Galiciaklasse - 185 (+615) man
Johan de Witt - 146 (+555) man
Voortstuwing Rotterdam - 2 Stork Werkspoor diesels, totaal 21.000 pk
Galiciaklasse - 4 diesel Caterpillar 3612
Johan de Witt - 4 Stork Wärtsilä, totaal 19.800 pk
Maximale snelheid 19 knopen, Rotterdam 21 knopen
Bewapening Nederlandse schepen:
2 Goalkeeper close-in-weapon-system
Tot 10 12,6mm mitrailleurs
6 NH90 NATO Frigate Helicopters of 6 AS-532U2 Cougar-transporthelikopter of 6 CH-47 Chinook middelzware transporthelikopters
Landing Craft Utility's en Landing Craft Vehicle and personnel

Spaanse schepen:
2 Oerlikon Contraves 20mm
6 NH90 NATO Frigate Helicopters of SH-3 Sea King helikopters
4 Landing Craft Mechanized 1E's

Bemanningslijsten

Ontwikkeling en bouw

Het korps mariniers was voor de komst van de amfibische transportschepen afhankelijk van koopvaardijschepen, fregatten, bevoorraders en schepen van de Britse marine. In de jaren ’70 werd erkend dat de Nederlandse marine meer slagkracht landinwaarts moest gaan ontwikkelen en het gebrek van een amfibisch platform werd steeds moeilijker op te lossen. In de jaren ’80 werd er in een studie gesproken over het vervoer van amfibische gevechtstroepen, maar het ontwikkelen en bouwen van een schip dat alleen gericht was op amfibisch transport werd te duur geacht. Het korps mariniers kon zich hier niet in vinden en na een aantal jaar werd in 1986 in het “Defensieplan 1986 – 1996” werd vermeld dat de Nederlandse marine een amfibisch transportschip (ATS) zou verwerven. In 1991 werd het nieuwe transportschip aangekondigd.
Ook in Spanje nam de behoefte toe voor de ontwikkeling van een amfibisch transportschip. Nederland ging voor de ontwikkeling van een nieuw ATS samenwerken met Spanje, wat resulteerde in het huidige ontwerp van de “Zr.Ms. Rotterdam / SPS Galicia”.
In 1994 werd de opdracht voor de constructie van de Zr.Ms. Rotterdam gegeven aan de Koninklijke Schelde groep. Het Spaanse scheepsbouw bedrijf “Navantia” kreeg de opdracht voor de bouw van de bouw van de “SPS Galicia” en de “SPS Castilla”. De schepen werden in de periode van 1998 tot 2000 in dienst gesteld bij de beide vloten.
Doordat operaties zich steeds dichter bij de kust gingen afspelen, bleek in de jaren ’90 dat er nog steeds een behoefte was aan een amfibische transport capaciteit. Daarbij was er een groeiende behoefte aan commando faciliteiten voor nationaal en internationaal optreden. In 1999 werd de bouw van een tweede LPD, de Zr.Ms. Johan de Witt, aangekondigd.
De Johan de Witt werd met de ervaringen van het eerste LPD ontwikkeld. Het LPD-2 is echter 12 meter langer, breder en hoger. De indeling van het schip is anders. In tegenstelling tot LPD-1 heeft LPD-2 davits voor vier Landing Craft Vehicle And Personnel (LCVP).

Amfibische operaties

De belangrijkste taak van de amfibische transportschepen is het ondersteunen van amfibische operaties. De schepen zijn allen uitgerust met een dok, wat het mogelijk maakt om in geval dat er geen haven in de nabijheid is, toch materieel en personeel aan land te brengen. De schepen zijn uitgerust om als commandocentrum te kunnen fungeren voor het aansturen van amfibische en maritieme operaties.
De amfibische transportschepen hebben een dok voor diverse landingsvaartuigen. De Zr.Ms. Rotterdam heeft de mogelijkheid om twee Landingcraft Utility’s (LCU) en drie LCVP’s mee te nemen. De Johan de Witt twee LCU's en vier LCVP's. De Spaanse schepen hebben een dok voor vier kleine landingsboten en vier “Landing craft Assault’s (LCA)”.

Ziekenhuis

De schepen zijn allen uitgerust met medische faciliteiten aan boord. Hierdoor zijn de LPD’s geschikt om landeenheden medische ondersteuning te geven. De schepen zijn uitgerust met operatiekamers, verpleegzalen en een IC-unit. De Spaanse schepen zijn hierbij nog uitgerust met een speciale röntgenruimte.

Minimaal bewapend

De amfibische transportschepen zijn minimaal bewapend. De bewapening bestaat uit diverse kanonsystemen voor zelfverdediging. De Nederlandse schepen zijn ieder uitgerust met twee Goalkeeper Close-In-Weapon-Systems. Dit snelvuurkanon kan 4200 kogels per minuut vuren en heeft een bereik van tussen de 350 en 1000 meter. Verder zijn de Nederlandse schepen uitgerust met maximaal tien 12.7 mitrailleurs. De Spaanse schepen zijn ieder uitgerust met twee tot vier Oerlikon mitrailleurs. Verder zijn de LPD’s uitgerust met chaffs tegen vijandelijke raketten.

Specificaties

Afmetingen Rotterdam - lengte: 166m; breedte: 27m; diepgang: 6m
Galiciaklasse - lengte: 166m; breedte: 25m; diepgang: 5,8m
Johan de Witt - lengte: 177m; breedte: 29,9m; diepgang: 5,9m
Water verplaatsing Rotterdam - 12750 ton
Galiciaklasse - 13815 ton
Johan de Witt - 15500 ton
Bemanning Rotterdam - 130 (+604) man
Galiciaklasse - 185 (+615) man
Johan de Witt - 146 (+555) man
Voortstuwing Rotterdam - 2 Stork Werkspoor diesels, totaal 21.000 pk
Galiciaklasse - 4 diesel Caterpillar 3612
Johan de Witt - 4 Stork Wärtsilä, totaal 19.800 pk
Maximale snelheid 19 knopen, Rotterdam 21 knopen
Bewapening Nederlandse schepen:
2 Goalkeeper close-in-weapon-system
Tot 10 12,6mm mitrailleurs
6 NH90 NATO Frigate Helicopters of 6 AS-532U2 Cougar-transporthelikopter of 6 CH-47 Chinook middelzware transporthelikopters
Landing Craft Utility's en Landing Craft Vehicle and personnel

Spaanse schepen:
2 Oerlikon Contraves 20mm
6 NH90 NATO Frigate Helicopters of SH-3 Sea King helikopters
4 Landing Craft Mechanized 1E's

Bemanningslijsten