Mijnenjagers - Navy Inside Navyinside.nl
Navy Inside

Zoekveld

U bent hier

U bent hier

In de periode van 1981 tot 1989 zijn er vijfendertig mijnenjagers gebouwd van de “Tripartiteklasse”. Nederland bestelde vijftien mijnenjagers, welke van 1983 tot 1987 in dienst werden gesteld. België en Frankrijk bestelde elk tien schepen. Door de jaren heen werden de mijnenjagers verkocht, waardoor er nu zeven landen opereren met deze vaartuigen.
In de periode van 1981 tot 1989 zijn er vijfendertig mijnenjagers gebouwd van de “Tripartiteklasse”. Nederland bestelde vijftien mijnenjagers, welke van 1983 tot 1987 in dienst werden gesteld. België en Frankrijk bestelde elk tien schepen. Door de jaren heen werden de mijnenjagers verkocht, waardoor er nu zeven landen opereren met deze vaartuigen.

Ontwikkeling en bouw

Door de ontwikkeling van de mijn, werd in de jaren ’60 duidelijk dat er steeds minder gebruik gemaakt kon worden van een mijnenveeg capaciteit. Nederland begon met het ontwikkelen van een mijnenjager. Er waren meer landen die de voordelen van een mijnenjaag capaciteit inzagen, waardoor Nederland al snel begon met het ontwikkelen van een mijnenjager in samenwerking met andere landen. Door de intensieve samenwerking op het gebied van mijnenbestrijding besloot België om mee te willen werken aan de ontwikkeling van een mijnenjager. Niet lang daarna sloot ook Frankrijk zich aan. In 1975 werd overeenkomst ondertekend voor de “Tripartite mijnenjager” en kon men beginnen met bouwen. De Nederlandse mijnenjagers zijn gebouwd door “Van der Giessen - de Noord” te Alblasserdam.
De romp is gebouwd uit polyester en de opbouw is gebouwd uit aluminium. Deze materialen zorgen ervoor dat het risico dat een mijn detoneert als de mijnenjager erover heen vaart. Zeemijnen kunnen reageren op verstoringen van het magnetisch veld. Deze materialen zijn in tegenstelling tot hout, waarmee mijnenvegers voorheen gebouwd werden, onderhoudsvriendelijk.
De schepen zijn ontworpen om een goede leefomgeving te kunnen bieden aan de bemanning. De vaartuigen zijn actief gestabiliseerd, hebben een permanente NBC-bescherming over het gehele schip en zijn voorzien van een eenpersoons-decompressietank.

Mijnen opsporen en vernietigen

Alle mijnenjagers zijn uitgerust met een Hull Mounted Sonar. Naast deze sonar kunnen de Nederlandse en Belgische mijnenjagers worden uitgerust met een Self Propelled Variable Depth Sonar (SPVDS). Hiermee kan de zeebodem afgezocht worden, waardoor niet alleen mijnen kunnen worden opgespoord, maar ook scheepswrakken. De Nederlandse en Belgische mijnenjagers hebben tevens de beschikking over een Acoustic Positioning System: de SeaFox. De SeaFox is een unmanned underwater vehicle (UUV) dat gebruikt wordt als er een explosief is gevonden. Er zijn drie varianten van dit systeem beschikbaar: de trainingsvariant, de oranje SeaFox I om een doelwit te vinden en de zwarte SeaFox C die voorzien is van een explosief.
De Franse vaartuigen maken nog gebruik van de verouderde Poisson Auto Propulsé (PAP). De PAP is een draad geleid onderwatervaartuig. Het vaartuig heeft een vernietigingslading, een onderwater camera en een schijnwerper. Als een gevonden zeemijn moet worden vernietigd, laat de PAP vlak naast de mijn een springlading achter. Als de PAP is binnengehaald, wordt de lading tot ontploffing gebracht, waardoor de mijn ook explodeert.

Verkoop

Tijdens de bouw werden twee Nederlandse mijnenjagers verkocht aan Indonesië. Deze vaartuigen vormen vandaag de dag nog steeds de “Pulau Rengatklasse”.
Ook de Franse “Sagittaire” werd tijdens de bouw verkocht. Dit schip doet dienst als de Pakistaanse “Munsif”. Pakistan bouwde in de jaren erna nog twee mijnenjagers met ondersteuning van Frankrijk, waardoor de “Munsifklasse” nu uit drie mijnenjagers bestaat.
Van de oorspronkelijke vijftien Nederlandse mijnenjagers, zijn er nu nog zes in actieve dienst bij de Nederlandse vloot. Vijf vaartuigen zijn verkocht aan Letland. De Hr.Ms. Harlingen doet daar nu dienst als de “Imanta (M-04)”, de Hr.Ms. Scheveningen vaart onder de naam “Viesturs (M-05)" en de Hr.Ms. Dordrecht is in dienst gesteld als de “Talivaldis (M-06)”. Ook de Hr.Ms. Delfzijl en de Hr.Ms. Alkmaar zijn in dienst gesteld bij de Letse marine als de “Visvaldis (M-07)” en de “Rusins (M-08)”. Nederland heeft momenteel vier mijnenjagers inactief in de haven van Den Helder liggen.
Vier van de oorspronkelijke tien Belgische mijnenjagers zijn in dienst gesteld bij andere landen. De “BNS Myosotis” is in dienst gesteld bij de Bulgaarse marine als de “Tsibar”. De Franse marine heeft de “BNS Iris” in dienst gehad als de “FS Verseau”, maar stelde deze in 2010 weer uit dienst. De “BNS Fuchsia” en “BNS Dianthus” doen momenteel dienst als de “FS Céphée” en de “FS Capricorne”.
Frankrijk heeft momenteel elf mijnenjagers in dienst. De Franse marine kocht drie mijnenjagers van België, maar heeft momenteel ook twee mijnenjagers uit dienst gesteld.

Modernisering

De Nederlandse en Belgische vaartuigen zijn verouderd en moeten nog tot na 2020 ingezet worden. Hierdoor was het nodig om de vaartuigen te moderniseren. De mijnenjagers werden gemoderniseerd in het “Project Adjusting Mine-counter-measures Capability (PAM). Met dit project zijn de sensoren en communicatiemiddelen verbeterd. Daarbij zijn diverse ruimtes, zoals de kombuis, de mijnenjacht- en technische centrale verbeterd. De Franse vaartuigen ondergaan een modernisering dat momenteel wordt uitgevoerd door Thales.

Specificaties

Afmetingen lengte: 51,5m; breedte: 8,9m; diepgang: 3,8m
Water verplaatsing 543 ton
Bemanning 38 (+8) man
Voortstuwing Werkspoor RUB 215 V12 dieselmotor (1370 kWh)
Maximale snelheid 15 knopen
Bewapening Nederland en België:
3 12,7mm mitrailleurs
Seafox

Frankrijk:
20mm modèle F2 kanon
2 12.7 mm mitrailleurs
2 7.62mm mitrailleur
Poisson Auto Propulsé 104 (PAP)

Bemanningslijsten

Ontwikkeling en bouw

Door de ontwikkeling van de mijn, werd in de jaren ’60 duidelijk dat er steeds minder gebruik gemaakt kon worden van een mijnenveeg capaciteit. Nederland begon met het ontwikkelen van een mijnenjager. Er waren meer landen die de voordelen van een mijnenjaag capaciteit inzagen, waardoor Nederland al snel begon met het ontwikkelen van een mijnenjager in samenwerking met andere landen. Door de intensieve samenwerking op het gebied van mijnenbestrijding besloot België om mee te willen werken aan de ontwikkeling van een mijnenjager. Niet lang daarna sloot ook Frankrijk zich aan. In 1975 werd overeenkomst ondertekend voor de “Tripartite mijnenjager” en kon men beginnen met bouwen. De Nederlandse mijnenjagers zijn gebouwd door “Van der Giessen - de Noord” te Alblasserdam.
De romp is gebouwd uit polyester en de opbouw is gebouwd uit aluminium. Deze materialen zorgen ervoor dat het risico dat een mijn detoneert als de mijnenjager erover heen vaart. Zeemijnen kunnen reageren op verstoringen van het magnetisch veld. Deze materialen zijn in tegenstelling tot hout, waarmee mijnenvegers voorheen gebouwd werden, onderhoudsvriendelijk.
De schepen zijn ontworpen om een goede leefomgeving te kunnen bieden aan de bemanning. De vaartuigen zijn actief gestabiliseerd, hebben een permanente NBC-bescherming over het gehele schip en zijn voorzien van een eenpersoons-decompressietank.

Mijnen opsporen en vernietigen

Alle mijnenjagers zijn uitgerust met een Hull Mounted Sonar. Naast deze sonar kunnen de Nederlandse en Belgische mijnenjagers worden uitgerust met een Self Propelled Variable Depth Sonar (SPVDS). Hiermee kan de zeebodem afgezocht worden, waardoor niet alleen mijnen kunnen worden opgespoord, maar ook scheepswrakken. De Nederlandse en Belgische mijnenjagers hebben tevens de beschikking over een Acoustic Positioning System: de SeaFox. De SeaFox is een unmanned underwater vehicle (UUV) dat gebruikt wordt als er een explosief is gevonden. Er zijn drie varianten van dit systeem beschikbaar: de trainingsvariant, de oranje SeaFox I om een doelwit te vinden en de zwarte SeaFox C die voorzien is van een explosief.
De Franse vaartuigen maken nog gebruik van de verouderde Poisson Auto Propulsé (PAP). De PAP is een draad geleid onderwatervaartuig. Het vaartuig heeft een vernietigingslading, een onderwater camera en een schijnwerper. Als een gevonden zeemijn moet worden vernietigd, laat de PAP vlak naast de mijn een springlading achter. Als de PAP is binnengehaald, wordt de lading tot ontploffing gebracht, waardoor de mijn ook explodeert.

Verkoop

Tijdens de bouw werden twee Nederlandse mijnenjagers verkocht aan Indonesië. Deze vaartuigen vormen vandaag de dag nog steeds de “Pulau Rengatklasse”.
Ook de Franse “Sagittaire” werd tijdens de bouw verkocht. Dit schip doet dienst als de Pakistaanse “Munsif”. Pakistan bouwde in de jaren erna nog twee mijnenjagers met ondersteuning van Frankrijk, waardoor de “Munsifklasse” nu uit drie mijnenjagers bestaat.
Van de oorspronkelijke vijftien Nederlandse mijnenjagers, zijn er nu nog zes in actieve dienst bij de Nederlandse vloot. Vijf vaartuigen zijn verkocht aan Letland. De Hr.Ms. Harlingen doet daar nu dienst als de “Imanta (M-04)”, de Hr.Ms. Scheveningen vaart onder de naam “Viesturs (M-05)" en de Hr.Ms. Dordrecht is in dienst gesteld als de “Talivaldis (M-06)”. Ook de Hr.Ms. Delfzijl en de Hr.Ms. Alkmaar zijn in dienst gesteld bij de Letse marine als de “Visvaldis (M-07)” en de “Rusins (M-08)”. Nederland heeft momenteel vier mijnenjagers inactief in de haven van Den Helder liggen.
Vier van de oorspronkelijke tien Belgische mijnenjagers zijn in dienst gesteld bij andere landen. De “BNS Myosotis” is in dienst gesteld bij de Bulgaarse marine als de “Tsibar”. De Franse marine heeft de “BNS Iris” in dienst gehad als de “FS Verseau”, maar stelde deze in 2010 weer uit dienst. De “BNS Fuchsia” en “BNS Dianthus” doen momenteel dienst als de “FS Céphée” en de “FS Capricorne”.
Frankrijk heeft momenteel elf mijnenjagers in dienst. De Franse marine kocht drie mijnenjagers van België, maar heeft momenteel ook twee mijnenjagers uit dienst gesteld.

Modernisering

De Nederlandse en Belgische vaartuigen zijn verouderd en moeten nog tot na 2020 ingezet worden. Hierdoor was het nodig om de vaartuigen te moderniseren. De mijnenjagers werden gemoderniseerd in het “Project Adjusting Mine-counter-measures Capability (PAM). Met dit project zijn de sensoren en communicatiemiddelen verbeterd. Daarbij zijn diverse ruimtes, zoals de kombuis, de mijnenjacht- en technische centrale verbeterd. De Franse vaartuigen ondergaan een modernisering dat momenteel wordt uitgevoerd door Thales.

Specificaties

Afmetingen lengte: 51,5m; breedte: 8,9m; diepgang: 3,8m
Water verplaatsing 543 ton
Bemanning 38 (+8) man
Voortstuwing Werkspoor RUB 215 V12 dieselmotor (1370 kWh)
Maximale snelheid 15 knopen
Bewapening Nederland en België:
3 12,7mm mitrailleurs
Seafox

Frankrijk:
20mm modèle F2 kanon
2 12.7 mm mitrailleurs
2 7.62mm mitrailleur
Poisson Auto Propulsé 104 (PAP)

Bemanningslijsten

Ontwikkeling en bouw

Door de ontwikkeling van de mijn, werd in de jaren ’60 duidelijk dat er steeds minder gebruik gemaakt kon worden van een mijnenveeg capaciteit. Nederland begon met het ontwikkelen van een mijnenjager. Er waren meer landen die de voordelen van een mijnenjaag capaciteit inzagen, waardoor Nederland al snel begon met het ontwikkelen van een mijnenjager in samenwerking met andere landen. Door de intensieve samenwerking op het gebied van mijnenbestrijding besloot België om mee te willen werken aan de ontwikkeling van een mijnenjager. Niet lang daarna sloot ook Frankrijk zich aan. In 1975 werd overeenkomst ondertekend voor de “Tripartite mijnenjager” en kon men beginnen met bouwen. De Nederlandse mijnenjagers zijn gebouwd door “Van der Giessen - de Noord” te Alblasserdam.
De romp is gebouwd uit polyester en de opbouw is gebouwd uit aluminium. Deze materialen zorgen ervoor dat het risico dat een mijn detoneert als de mijnenjager erover heen vaart. Zeemijnen kunnen reageren op verstoringen van het magnetisch veld. Deze materialen zijn in tegenstelling tot hout, waarmee mijnenvegers voorheen gebouwd werden, onderhoudsvriendelijk.
De schepen zijn ontworpen om een goede leefomgeving te kunnen bieden aan de bemanning. De vaartuigen zijn actief gestabiliseerd, hebben een permanente NBC-bescherming over het gehele schip en zijn voorzien van een eenpersoons-decompressietank.

Mijnen opsporen en vernietigen

Alle mijnenjagers zijn uitgerust met een Hull Mounted Sonar. Naast deze sonar kunnen de Nederlandse en Belgische mijnenjagers worden uitgerust met een Self Propelled Variable Depth Sonar (SPVDS). Hiermee kan de zeebodem afgezocht worden, waardoor niet alleen mijnen kunnen worden opgespoord, maar ook scheepswrakken. De Nederlandse en Belgische mijnenjagers hebben tevens de beschikking over een Acoustic Positioning System: de SeaFox. De SeaFox is een unmanned underwater vehicle (UUV) dat gebruikt wordt als er een explosief is gevonden. Er zijn drie varianten van dit systeem beschikbaar: de trainingsvariant, de oranje SeaFox I om een doelwit te vinden en de zwarte SeaFox C die voorzien is van een explosief.
De Franse vaartuigen maken nog gebruik van de verouderde Poisson Auto Propulsé (PAP). De PAP is een draad geleid onderwatervaartuig. Het vaartuig heeft een vernietigingslading, een onderwater camera en een schijnwerper. Als een gevonden zeemijn moet worden vernietigd, laat de PAP vlak naast de mijn een springlading achter. Als de PAP is binnengehaald, wordt de lading tot ontploffing gebracht, waardoor de mijn ook explodeert.

Verkoop

Tijdens de bouw werden twee Nederlandse mijnenjagers verkocht aan Indonesië. Deze vaartuigen vormen vandaag de dag nog steeds de “Pulau Rengatklasse”.
Ook de Franse “Sagittaire” werd tijdens de bouw verkocht. Dit schip doet dienst als de Pakistaanse “Munsif”. Pakistan bouwde in de jaren erna nog twee mijnenjagers met ondersteuning van Frankrijk, waardoor de “Munsifklasse” nu uit drie mijnenjagers bestaat.
Van de oorspronkelijke vijftien Nederlandse mijnenjagers, zijn er nu nog zes in actieve dienst bij de Nederlandse vloot. Vijf vaartuigen zijn verkocht aan Letland. De Hr.Ms. Harlingen doet daar nu dienst als de “Imanta (M-04)”, de Hr.Ms. Scheveningen vaart onder de naam “Viesturs (M-05)" en de Hr.Ms. Dordrecht is in dienst gesteld als de “Talivaldis (M-06)”. Ook de Hr.Ms. Delfzijl en de Hr.Ms. Alkmaar zijn in dienst gesteld bij de Letse marine als de “Visvaldis (M-07)” en de “Rusins (M-08)”. Nederland heeft momenteel vier mijnenjagers inactief in de haven van Den Helder liggen.
Vier van de oorspronkelijke tien Belgische mijnenjagers zijn in dienst gesteld bij andere landen. De “BNS Myosotis” is in dienst gesteld bij de Bulgaarse marine als de “Tsibar”. De Franse marine heeft de “BNS Iris” in dienst gehad als de “FS Verseau”, maar stelde deze in 2010 weer uit dienst. De “BNS Fuchsia” en “BNS Dianthus” doen momenteel dienst als de “FS Céphée” en de “FS Capricorne”.
Frankrijk heeft momenteel elf mijnenjagers in dienst. De Franse marine kocht drie mijnenjagers van België, maar heeft momenteel ook twee mijnenjagers uit dienst gesteld.

Modernisering

De Nederlandse en Belgische vaartuigen zijn verouderd en moeten nog tot na 2020 ingezet worden. Hierdoor was het nodig om de vaartuigen te moderniseren. De mijnenjagers werden gemoderniseerd in het “Project Adjusting Mine-counter-measures Capability (PAM). Met dit project zijn de sensoren en communicatiemiddelen verbeterd. Daarbij zijn diverse ruimtes, zoals de kombuis, de mijnenjacht- en technische centrale verbeterd. De Franse vaartuigen ondergaan een modernisering dat momenteel wordt uitgevoerd door Thales.

Specificaties

Afmetingen lengte: 51,5m; breedte: 8,9m; diepgang: 3,8m
Water verplaatsing 543 ton
Bemanning 38 (+8) man
Voortstuwing Werkspoor RUB 215 V12 dieselmotor (1370 kWh)
Maximale snelheid 15 knopen
Bewapening Nederland en België:
3 12,7mm mitrailleurs
Seafox

Frankrijk:
20mm modèle F2 kanon
2 12.7 mm mitrailleurs
2 7.62mm mitrailleur
Poisson Auto Propulsé 104 (PAP)

Bemanningslijsten

Ontwikkeling en bouw

Door de ontwikkeling van de mijn, werd in de jaren ’60 duidelijk dat er steeds minder gebruik gemaakt kon worden van een mijnenveeg capaciteit. Nederland begon met het ontwikkelen van een mijnenjager. Er waren meer landen die de voordelen van een mijnenjaag capaciteit inzagen, waardoor Nederland al snel begon met het ontwikkelen van een mijnenjager in samenwerking met andere landen. Door de intensieve samenwerking op het gebied van mijnenbestrijding besloot België om mee te willen werken aan de ontwikkeling van een mijnenjager. Niet lang daarna sloot ook Frankrijk zich aan. In 1975 werd overeenkomst ondertekend voor de “Tripartite mijnenjager” en kon men beginnen met bouwen. De Nederlandse mijnenjagers zijn gebouwd door “Van der Giessen - de Noord” te Alblasserdam.
De romp is gebouwd uit polyester en de opbouw is gebouwd uit aluminium. Deze materialen zorgen ervoor dat het risico dat een mijn detoneert als de mijnenjager erover heen vaart. Zeemijnen kunnen reageren op verstoringen van het magnetisch veld. Deze materialen zijn in tegenstelling tot hout, waarmee mijnenvegers voorheen gebouwd werden, onderhoudsvriendelijk.
De schepen zijn ontworpen om een goede leefomgeving te kunnen bieden aan de bemanning. De vaartuigen zijn actief gestabiliseerd, hebben een permanente NBC-bescherming over het gehele schip en zijn voorzien van een eenpersoons-decompressietank.

Mijnen opsporen en vernietigen

Alle mijnenjagers zijn uitgerust met een Hull Mounted Sonar. Naast deze sonar kunnen de Nederlandse en Belgische mijnenjagers worden uitgerust met een Self Propelled Variable Depth Sonar (SPVDS). Hiermee kan de zeebodem afgezocht worden, waardoor niet alleen mijnen kunnen worden opgespoord, maar ook scheepswrakken. De Nederlandse en Belgische mijnenjagers hebben tevens de beschikking over een Acoustic Positioning System: de SeaFox. De SeaFox is een unmanned underwater vehicle (UUV) dat gebruikt wordt als er een explosief is gevonden. Er zijn drie varianten van dit systeem beschikbaar: de trainingsvariant, de oranje SeaFox I om een doelwit te vinden en de zwarte SeaFox C die voorzien is van een explosief.
De Franse vaartuigen maken nog gebruik van de verouderde Poisson Auto Propulsé (PAP). De PAP is een draad geleid onderwatervaartuig. Het vaartuig heeft een vernietigingslading, een onderwater camera en een schijnwerper. Als een gevonden zeemijn moet worden vernietigd, laat de PAP vlak naast de mijn een springlading achter. Als de PAP is binnengehaald, wordt de lading tot ontploffing gebracht, waardoor de mijn ook explodeert.

Verkoop

Tijdens de bouw werden twee Nederlandse mijnenjagers verkocht aan Indonesië. Deze vaartuigen vormen vandaag de dag nog steeds de “Pulau Rengatklasse”.
Ook de Franse “Sagittaire” werd tijdens de bouw verkocht. Dit schip doet dienst als de Pakistaanse “Munsif”. Pakistan bouwde in de jaren erna nog twee mijnenjagers met ondersteuning van Frankrijk, waardoor de “Munsifklasse” nu uit drie mijnenjagers bestaat.
Van de oorspronkelijke vijftien Nederlandse mijnenjagers, zijn er nu nog zes in actieve dienst bij de Nederlandse vloot. Vijf vaartuigen zijn verkocht aan Letland. De Hr.Ms. Harlingen doet daar nu dienst als de “Imanta (M-04)”, de Hr.Ms. Scheveningen vaart onder de naam “Viesturs (M-05)" en de Hr.Ms. Dordrecht is in dienst gesteld als de “Talivaldis (M-06)”. Ook de Hr.Ms. Delfzijl en de Hr.Ms. Alkmaar zijn in dienst gesteld bij de Letse marine als de “Visvaldis (M-07)” en de “Rusins (M-08)”. Nederland heeft momenteel vier mijnenjagers inactief in de haven van Den Helder liggen.
Vier van de oorspronkelijke tien Belgische mijnenjagers zijn in dienst gesteld bij andere landen. De “BNS Myosotis” is in dienst gesteld bij de Bulgaarse marine als de “Tsibar”. De Franse marine heeft de “BNS Iris” in dienst gehad als de “FS Verseau”, maar stelde deze in 2010 weer uit dienst. De “BNS Fuchsia” en “BNS Dianthus” doen momenteel dienst als de “FS Céphée” en de “FS Capricorne”.
Frankrijk heeft momenteel elf mijnenjagers in dienst. De Franse marine kocht drie mijnenjagers van België, maar heeft momenteel ook twee mijnenjagers uit dienst gesteld.

Modernisering

De Nederlandse en Belgische vaartuigen zijn verouderd en moeten nog tot na 2020 ingezet worden. Hierdoor was het nodig om de vaartuigen te moderniseren. De mijnenjagers werden gemoderniseerd in het “Project Adjusting Mine-counter-measures Capability (PAM). Met dit project zijn de sensoren en communicatiemiddelen verbeterd. Daarbij zijn diverse ruimtes, zoals de kombuis, de mijnenjacht- en technische centrale verbeterd. De Franse vaartuigen ondergaan een modernisering dat momenteel wordt uitgevoerd door Thales.

Specificaties

Afmetingen lengte: 51,5m; breedte: 8,9m; diepgang: 3,8m
Water verplaatsing 543 ton
Bemanning 38 (+8) man
Voortstuwing Werkspoor RUB 215 V12 dieselmotor (1370 kWh)
Maximale snelheid 15 knopen
Bewapening Nederland en België:
3 12,7mm mitrailleurs
Seafox

Frankrijk:
20mm modèle F2 kanon
2 12.7 mm mitrailleurs
2 7.62mm mitrailleur
Poisson Auto Propulsé 104 (PAP)

Bemanningslijsten