Mijnenvegers - Navy Inside Navyinside.nl
Navy Inside

Zoekveld

U bent hier

U bent hier

Na de Tweede Wereldoorlog zijn er bij de Nederlandse marine vijf klassen mijnenvegers in dienst gesteld. Deze mijnenvegers werden als onderdeel van het plan Van Holte in de jaren vijftig aangeschaft om de belangrijke vaarroutes in de Noordzee vrij te maken van mijnen.
Na de Tweede Wereldoorlog zijn er bij de Nederlandse marine vijf klassen mijnenvegers in dienst gesteld. Deze mijnenvegers werden als onderdeel van het plan Van Holte in de jaren vijftig aangeschaft om de belangrijke vaarroutes in de Noordzee vrij te maken van mijnen.
Kustmijnenveger Hr.Ms. Hoogeveen (M827) in Den Helder.

Nieuwe mijnenvegers voor de Nederlandse marine

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in West Europa 650.000 mijnen gelegd. Veel van deze mijnen lagen in belangrijke vaarroutes in de Noordzee. Aanvankelijk gebruikte men voor het schoonvegen van de Noordzee enkele vaartuigen die de oorlog overleefd hadden en voormalig Duitse en Engelse vaartuigen.
In de jaren vijftig werd als onderdeel van het op 2 augustus 1949 ingediende herziene plan Van Holte voorzien in de aanschaf van in totaal 68 mijnenvegers. Het plan werd in de periode van 1954 tot 1962 gerealiseerd. De aanschaf voorzag in:

  • 14 Beemsterklasse kustmijnenvegers
  • 14 Wildervankklasse en 18 Dokkumklasse kustmijnenvegers
  • 6 Onversaagdklasse diepwatermijnenvegers
  • 16 Van Strealenklasse ondiepwatermijnenvegers

De mijnenvegers werden met uitzondering van de “Wildervankklasse” en acht mijnenvegers van de “Van Strealenklasse” gefinancierd vanuit het Mutual Defence Assistance Program (MDAP).

Mijnenvegen

Mijnenvegers hebben als taakstelling het opruimen van zeemijnen. Een mijnenveger doet dit met diverse veegtuigen, welke worden aangepast aan het type mijn dat geveegd moet worden. Er wordt hierbij onderscheidt gemaakt in de (drijvende of verankerde) contactmijnen en invloedsmijnen ( akoestische, magnetische en drukmijnen). Elk soort vereist een andere veegmethode.
Verankerde mijnen worden geveegd door de verankeringskabel door te snijden. Er wordt hierbij een speciaal gevlochten straaldraad achter de mijnenveger gesleept. Deze draden zijn voorzien van snij- en ontploffingsklauwen. De verankeringskabel van een mijn schuift langs het staaldraad en wordt vervolgens in de klauw gevangen. De kabel wordt door gesneden, waarna de mijn naar de oppervlakte drijft. De mijn kan dan met boordwapens kapot geschoten.
Bij het vegen van invloedsmijnen moet de mijnenveger ver voor het schip of ver achter het schip en scheepspassage imiteren. Er wordt een lange drijvende stroomgeleider achter de mijnenveger gesleept, waarbij een wisselstroom door deze stroomgeleider wordt gevoerd. Hierdoor wordt een sterk wisselende magnetische verstoring achter de mijnenveger gecreëerd, waardoor een magnetische mijn tot ontploffing wordt gebracht.
Voor het vegen van akoestische mijnen kan een akoestisch tuig worden ingezet. Dit veegtuig bestaat uit een hamer die onder water geluidsgolven van een gewenste frequentie uitzendt, waarbij de geluidsintensiteit hoger is dan die van de scheepshuid.
Met de uitdienststelling van de laatste Dokkumklasse mijnenvegers in de jaren negentig, heeft de Nederlandse marine geen mijnenveeg capaciteit meer. De Nederlandse marine is voornemens om drie mijnenjagers van de “Alkmaarklasse” in te richten als moederschip voor 4 radiografisch bestuurbare mijnveegdrones.

Beemsterklasse kustmijnenvegers

De veertien kustmijnenvegers van de “Beemsterklasse” werden tussen 1953 en 1954 in dienst gesteld bij de Nederlandse marine. De vaartuigen werden door vier werven in de Verenigde Staten gebouwd. Het ontwerp van de “Beemsterklasse” is gebaseerd op het Amerikaanse Adjudant Mine Sweeper (AMS)-60 type, ook wel de “Bluebirdklasse” genoemd. De vaartuigen werden door de VS ontwikkeld als antwoord op de toenemende dreiging van mijnen in de Korea oorlog. Schepen uit deze klasse werden ook voor België gebouwd. De schepen zijn gebouwd van hout en aluminium spanten. Hierdoor zijn de schepen nagenoeg a-magnetisch.
De mijnenvegers werden vanaf de jaren zeventig uit dienst genomen. Het laatste vaartuig werd in 1976 van de sterkte gevoerd. Twaalf vaartuigen werden gesloopt en twee vaartuigen verkocht: De Hr.Ms. Beilen werd verkocht aan Bruczak (Canada). De Hr.Ms. Breskens werd verkocht in de VS en in 2012 gedoneerd.

Specificaties "Beemsterklasse"

Afmetingen lengte: 43,91m; breedte: 8,81m; diepgang: 2,51m
Water verplaatsing 364 ton
Bemanning 37 - 42 man
Voortstuwing 2 GM 8-268A dieselmotoren, totaal vermogen 880 APK
Maximale snelheid 13,6 knopen
Bewapening 2 20mm dubbelloops mitrailleur

West Union “Dokkum- en Wildervankklasse” kustmijnenvegers

Er zijn in totaal 18 mijnenvegers van de Dokkumklasse en 14 mijnenvegers van de Wildervankklasse gebouwd. Beide klassen zijn nagenoeg identiek aan elkaar, met als uitzondering de voortstuwing: De Dokkumklasse werd voort gestuwd door MAN motoren, terwijl de Wildervank beschikte over Werkspoor motoren. Vanwege een verhoogd risico op een carterexplosie, werden de vaartuigen van de Wildervankklasse eerder uit dienst gesteld. Een ander verschil tussen beide klassen was de bekostiging. De Dokkumklasse mijnenvegers werden gefinancierd door de VS, terwijl de Wildervankklasse voor rekening van de Nederlandse regering is gebouwd.
De vaartuigen werden gebouwd uit aluminium spanten, waarbij een dubbele huid bestaande uit teakhout en mahoniehout. Tussen de binnen en buitenhuid is een tussenlaag van in Aspro gedrenkt linnen. De dekhuizen werden gebouwd van aluminium, met oorspronkelijk een open brug. In de jaren zeventig werd de open brug vervangen door een gesloten brug.
In het begin van de jaren zeventig werd een aantal W.U. vaartuigen omgebouwd tot mijnenjager en duikvaartuig. De Hr.Ms. Dokkum, Hr.Ms. Drunen, Hr.Ms. Staphorst en Hr.Ms. Veere werden omgebouwd tot mijnenjager, terwijl de Hr.Ms. Woerden, Hr.Ms. Rhenen, Hr.Ms. Waalwijk en Hr.Ms. Leersum werden omgebouwd tot duikvaartuig.
In de periode van 1969 tot 1977 werden de mijnenvegers van de Wildervankklasse, met uitzondering van de Hr.Ms. Grijpskerk, buiten dienst gesteld. De vaartuigen zijn verkocht aan diverse bedrijven en landen. De Hr.Ms. Grijpskerk werd in 1973 immobiel schip bij het TOKM te Amsterdam en werd in 1993 uit de sterkte afgevoerd. Het werd in datzelfde jaar voor sloop verkocht.
Met de in dienststelling van de mijnenjagers van de “Alkmaarklasse” werden de resterende vaartuigen van de Dokkumklasse overbodig. De mijnenvegers van de Dokkumklasse werden tussen 1984 en 1996 uit de sterkte afgevoerd.
Een aantal mijnenvegers is gedoneerd aan zeekadettenkorpsen in Nederland. De Hr.Ms. Roermond, Hr.Ms. Naaldwijk, Hr.Ms. Naarden en Hr.Ms. Sittard doen dienst als korpsschip in respectievelijk Lemmer, Haarlem, Delfzijl en Harlingen.
De Hr.Ms. Hoogeveen is geschonken aan de Stichting Vrienden van de Koninklijke Marine. De Hr.Ms. Abcoude is verkocht aan Peru en doet daar dienst als hydrografisch opnemingsvaartuig.

Specificaties "Dokkum- & Wildervankklasse"

Afmetingen Dokkum: lengte: 46,62m; breedte: 8,78m; diepgang: 2,55m
Wildervank: lengte: 46,62; breedte: 8,75m; diepgang: 2,28m
Water verplaatsing Dokkum: 428 ton
Wildervank: 417 ton
Bemanning 38 man
Voortstuwing Dokkum: 2 MAN V6V22/30, vermogen 2x 1250pk
Wildervank: 2 Werkspoor Dieselmotoren
Maximale snelheid 14 knopen
Bewapening 2 40mm kanons, later 1 20mm mitrailleur

“O” of “Onversaagd klasse” diepwatermijnenvegers

De zes mijnenvegers van de “Onversaagdklasse” zijn gebaseerd op de Amerikaanse “Aggressiveklasse”. De vaartuigen zijn in de Verenigde Staten gebouwd en in 1954 en 1955 in dienst gesteld van de Nederlandse marine. De mijnenvegers waren dusdanig uitgerust dat zij geschikt waren om te opereren in diepe wateren. Hierbij kon de klasse om magnetische, akoestische en contactmijnen te ruimen.
In 1965 werden de mijnenvegers met uitzondering van de Hr.Ms. Onversaagd en Hr.Ms. Onverschrokken geklasseerd als hoofdkwartierondersteuningsschepen ten behoeve van de mijnendienst. De Hr.Ms. Onverschrokken bleef dienst doen als mijnenveger en de Hr.Ms. Onversaagd werd geklasseerd als Noordzee opnemingsvaartuig.
De Hr.Ms. Onverschrokken werd 1973 uit dienst gesteld. Na de uitdienstneming werd het schip verbouwd tot torpedowerkschip en hernoemd tot Hr.Ms. Mercuur. Daar heeft het schip tot 1987, tot de indienstneming van de nieuwe Hr.Ms. Mercuur, dienst gedaan bij de onderzeedienst. Alle schepen, met uitzondering van de Hr.Ms. Onverschrokken, zijn in de jaren zeventig en tachtig gesloopt.

Specificaties "Onversaagdklasse"

Afmetingen lengte: 52,2m; breedte: 11m; diepgang: 3,2m
Water verplaatsing 790 ton
Bemanning 55 - 77 man
Voortstuwing 2 dieselmotoren, totaal vermogen 2400 pk
Maximale snelheid 15 knopen
Bewapening 2 12,7mm mitrailleur

Van Strealenklasse

De zestien ondiepwatermijnenvegers van de “Van Strealenklasse” werden tussen 1960 en 1962 in gebruik genomen bij de Nederlandse marine. De mijnenvegers werden vooral gebruikt bij het mijnenvrij maken van ondiepe wateren en voor binnenlands vlagvertoon. De mijnenvegers opereerde vanuit Den Helder, Vlissingen of Hellevoetsluis.
De bouw van acht mijnenvegers werd gefinancierd door de Verenigde Staten. De overige acht vaartuigen voor rekening van de Nederlandse regering gebouwd. Alle mijnenvegers werden op Nederlandse werven gebouwd. De mijnenvegers werden in Nederland ontworpen.
De mijnenvegers van de “Van Strealenklasse” werden bij koninklijke besluit genoemd naar personeel van de Koninklijke marine, die gedurende de Tweede Wereldoorlog, alsmede tijdens de politionele acties in 1946 in Nederlands-Indië, postuum met de Militaire Willemsorde of Bronzen Leeuw werden onderscheiden.
In 1983 werden de ondiepwatermijnenvegers uit dienst gesteld. De Hr.Ms. Van Hamel en de Hr.Ms. van der Well werden aan Peru verkocht. Daar doen beide schepen dienst als hydrografische opnemingsvaartuigen. De Hr.Ms. Lacomblé werd gedoneerd als korpsschip voor het zeekadettenkorps van Den Helder. Na de uitdienststelling heeft de Hr.Ms. Chömpff een ligplaats gekregen bij het Marine Etablissement Amsterdam. De Hr.Ms. Mahu deed van 1995 tot 2003 dienst als museumschip bij het mariniersmuseum in Rotterdam. Ze kreeg daar de naam Houtepen, als eerbetoon aan de marinier P.J. Houtepen. De oorspronkelijke Hr.Ms. Houtepen, werd tezamen met vijf andere vaartuigen verkocht aan Delft Geophysical.

Specificaties "Van Strealenklasse"

Afmetingen lengte: 33,1m; breedte: 6,65m; diepgang: 1,75m
Water verplaatsing 151 ton
Bemanning 14 man
Voortstuwing 2 Stork Werkspoor dieselmotoren, totaal vermogen 1100 pk
Maximale snelheid 13 knopen
Bewapening 20mm mitrailleur

Nieuwe mijnenvegers voor de Nederlandse marine

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in West Europa 650.000 mijnen gelegd. Veel van deze mijnen lagen in belangrijke vaarroutes in de Noordzee. Aanvankelijk gebruikte men voor het schoonvegen van de Noordzee enkele vaartuigen die de oorlog overleefd hadden en voormalig Duitse en Engelse vaartuigen.
In de jaren vijftig werd als onderdeel van het op 2 augustus 1949 ingediende herziene plan Van Holte voorzien in de aanschaf van in totaal 68 mijnenvegers. Het plan werd in de periode van 1954 tot 1962 gerealiseerd. De aanschaf voorzag in:

  • 14 Beemsterklasse kustmijnenvegers
  • 14 Wildervankklasse en 18 Dokkumklasse kustmijnenvegers
  • 6 Onversaagdklasse diepwatermijnenvegers
  • 16 Van Strealenklasse ondiepwatermijnenvegers

De mijnenvegers werden met uitzondering van de “Wildervankklasse” en acht mijnenvegers van de “Van Strealenklasse” gefinancierd vanuit het Mutual Defence Assistance Program (MDAP).

Mijnenvegen

Mijnenvegers hebben als taakstelling het opruimen van zeemijnen. Een mijnenveger doet dit met diverse veegtuigen, welke worden aangepast aan het type mijn dat geveegd moet worden. Er wordt hierbij onderscheidt gemaakt in de (drijvende of verankerde) contactmijnen en invloedsmijnen ( akoestische, magnetische en drukmijnen). Elk soort vereist een andere veegmethode.
Verankerde mijnen worden geveegd door de verankeringskabel door te snijden. Er wordt hierbij een speciaal gevlochten straaldraad achter de mijnenveger gesleept. Deze draden zijn voorzien van snij- en ontploffingsklauwen. De verankeringskabel van een mijn schuift langs het staaldraad en wordt vervolgens in de klauw gevangen. De kabel wordt door gesneden, waarna de mijn naar de oppervlakte drijft. De mijn kan dan met boordwapens kapot geschoten.
Bij het vegen van invloedsmijnen moet de mijnenveger ver voor het schip of ver achter het schip en scheepspassage imiteren. Er wordt een lange drijvende stroomgeleider achter de mijnenveger gesleept, waarbij een wisselstroom door deze stroomgeleider wordt gevoerd. Hierdoor wordt een sterk wisselende magnetische verstoring achter de mijnenveger gecreëerd, waardoor een magnetische mijn tot ontploffing wordt gebracht.
Voor het vegen van akoestische mijnen kan een akoestisch tuig worden ingezet. Dit veegtuig bestaat uit een hamer die onder water geluidsgolven van een gewenste frequentie uitzendt, waarbij de geluidsintensiteit hoger is dan die van de scheepshuid.
Met de uitdienststelling van de laatste Dokkumklasse mijnenvegers in de jaren negentig, heeft de Nederlandse marine geen mijnenveeg capaciteit meer. De Nederlandse marine is voornemens om drie mijnenjagers van de “Alkmaarklasse” in te richten als moederschip voor 4 radiografisch bestuurbare mijnveegdrones.

Beemsterklasse kustmijnenvegers

De veertien kustmijnenvegers van de “Beemsterklasse” werden tussen 1953 en 1954 in dienst gesteld bij de Nederlandse marine. De vaartuigen werden door vier werven in de Verenigde Staten gebouwd. Het ontwerp van de “Beemsterklasse” is gebaseerd op het Amerikaanse Adjudant Mine Sweeper (AMS)-60 type, ook wel de “Bluebirdklasse” genoemd. De vaartuigen werden door de VS ontwikkeld als antwoord op de toenemende dreiging van mijnen in de Korea oorlog. Schepen uit deze klasse werden ook voor België gebouwd. De schepen zijn gebouwd van hout en aluminium spanten. Hierdoor zijn de schepen nagenoeg a-magnetisch.
De mijnenvegers werden vanaf de jaren zeventig uit dienst genomen. Het laatste vaartuig werd in 1976 van de sterkte gevoerd. Twaalf vaartuigen werden gesloopt en twee vaartuigen verkocht: De Hr.Ms. Beilen werd verkocht aan Bruczak (Canada). De Hr.Ms. Breskens werd verkocht in de VS en in 2012 gedoneerd.

Specificaties "Beemsterklasse"

Afmetingen lengte: 43,91m; breedte: 8,81m; diepgang: 2,51m
Water verplaatsing 364 ton
Bemanning 37 - 42 man
Voortstuwing 2 GM 8-268A dieselmotoren, totaal vermogen 880 APK
Maximale snelheid 13,6 knopen
Bewapening 2 20mm dubbelloops mitrailleur

West Union “Dokkum- en Wildervankklasse” kustmijnenvegers

Er zijn in totaal 18 mijnenvegers van de Dokkumklasse en 14 mijnenvegers van de Wildervankklasse gebouwd. Beide klassen zijn nagenoeg identiek aan elkaar, met als uitzondering de voortstuwing: De Dokkumklasse werd voort gestuwd door MAN motoren, terwijl de Wildervank beschikte over Werkspoor motoren. Vanwege een verhoogd risico op een carterexplosie, werden de vaartuigen van de Wildervankklasse eerder uit dienst gesteld. Een ander verschil tussen beide klassen was de bekostiging. De Dokkumklasse mijnenvegers werden gefinancierd door de VS, terwijl de Wildervankklasse voor rekening van de Nederlandse regering is gebouwd.
De vaartuigen werden gebouwd uit aluminium spanten, waarbij een dubbele huid bestaande uit teakhout en mahoniehout. Tussen de binnen en buitenhuid is een tussenlaag van in Aspro gedrenkt linnen. De dekhuizen werden gebouwd van aluminium, met oorspronkelijk een open brug. In de jaren zeventig werd de open brug vervangen door een gesloten brug.
In het begin van de jaren zeventig werd een aantal W.U. vaartuigen omgebouwd tot mijnenjager en duikvaartuig. De Hr.Ms. Dokkum, Hr.Ms. Drunen, Hr.Ms. Staphorst en Hr.Ms. Veere werden omgebouwd tot mijnenjager, terwijl de Hr.Ms. Woerden, Hr.Ms. Rhenen, Hr.Ms. Waalwijk en Hr.Ms. Leersum werden omgebouwd tot duikvaartuig.
In de periode van 1969 tot 1977 werden de mijnenvegers van de Wildervankklasse, met uitzondering van de Hr.Ms. Grijpskerk, buiten dienst gesteld. De vaartuigen zijn verkocht aan diverse bedrijven en landen. De Hr.Ms. Grijpskerk werd in 1973 immobiel schip bij het TOKM te Amsterdam en werd in 1993 uit de sterkte afgevoerd. Het werd in datzelfde jaar voor sloop verkocht.
Met de in dienststelling van de mijnenjagers van de “Alkmaarklasse” werden de resterende vaartuigen van de Dokkumklasse overbodig. De mijnenvegers van de Dokkumklasse werden tussen 1984 en 1996 uit de sterkte afgevoerd.
Een aantal mijnenvegers is gedoneerd aan zeekadettenkorpsen in Nederland. De Hr.Ms. Roermond, Hr.Ms. Naaldwijk, Hr.Ms. Naarden en Hr.Ms. Sittard doen dienst als korpsschip in respectievelijk Lemmer, Haarlem, Delfzijl en Harlingen.
De Hr.Ms. Hoogeveen is geschonken aan de Stichting Vrienden van de Koninklijke Marine. De Hr.Ms. Abcoude is verkocht aan Peru en doet daar dienst als hydrografisch opnemingsvaartuig.

Specificaties "Dokkum- & Wildervankklasse"

Afmetingen Dokkum: lengte: 46,62m; breedte: 8,78m; diepgang: 2,55m
Wildervank: lengte: 46,62; breedte: 8,75m; diepgang: 2,28m
Water verplaatsing Dokkum: 428 ton
Wildervank: 417 ton
Bemanning 38 man
Voortstuwing Dokkum: 2 MAN V6V22/30, vermogen 2x 1250pk
Wildervank: 2 Werkspoor Dieselmotoren
Maximale snelheid 14 knopen
Bewapening 2 40mm kanons, later 1 20mm mitrailleur

“O” of “Onversaagd klasse” diepwatermijnenvegers

De zes mijnenvegers van de “Onversaagdklasse” zijn gebaseerd op de Amerikaanse “Aggressiveklasse”. De vaartuigen zijn in de Verenigde Staten gebouwd en in 1954 en 1955 in dienst gesteld van de Nederlandse marine. De mijnenvegers waren dusdanig uitgerust dat zij geschikt waren om te opereren in diepe wateren. Hierbij kon de klasse om magnetische, akoestische en contactmijnen te ruimen.
In 1965 werden de mijnenvegers met uitzondering van de Hr.Ms. Onversaagd en Hr.Ms. Onverschrokken geklasseerd als hoofdkwartierondersteuningsschepen ten behoeve van de mijnendienst. De Hr.Ms. Onverschrokken bleef dienst doen als mijnenveger en de Hr.Ms. Onversaagd werd geklasseerd als Noordzee opnemingsvaartuig.
De Hr.Ms. Onverschrokken werd 1973 uit dienst gesteld. Na de uitdienstneming werd het schip verbouwd tot torpedowerkschip en hernoemd tot Hr.Ms. Mercuur. Daar heeft het schip tot 1987, tot de indienstneming van de nieuwe Hr.Ms. Mercuur, dienst gedaan bij de onderzeedienst. Alle schepen, met uitzondering van de Hr.Ms. Onverschrokken, zijn in de jaren zeventig en tachtig gesloopt.

Specificaties "Onversaagdklasse"

Afmetingen lengte: 52,2m; breedte: 11m; diepgang: 3,2m
Water verplaatsing 790 ton
Bemanning 55 - 77 man
Voortstuwing 2 dieselmotoren, totaal vermogen 2400 pk
Maximale snelheid 15 knopen
Bewapening 2 12,7mm mitrailleur

Van Strealenklasse

De zestien ondiepwatermijnenvegers van de “Van Strealenklasse” werden tussen 1960 en 1962 in gebruik genomen bij de Nederlandse marine. De mijnenvegers werden vooral gebruikt bij het mijnenvrij maken van ondiepe wateren en voor binnenlands vlagvertoon. De mijnenvegers opereerde vanuit Den Helder, Vlissingen of Hellevoetsluis.
De bouw van acht mijnenvegers werd gefinancierd door de Verenigde Staten. De overige acht vaartuigen voor rekening van de Nederlandse regering gebouwd. Alle mijnenvegers werden op Nederlandse werven gebouwd. De mijnenvegers werden in Nederland ontworpen.
De mijnenvegers van de “Van Strealenklasse” werden bij koninklijke besluit genoemd naar personeel van de Koninklijke marine, die gedurende de Tweede Wereldoorlog, alsmede tijdens de politionele acties in 1946 in Nederlands-Indië, postuum met de Militaire Willemsorde of Bronzen Leeuw werden onderscheiden.
In 1983 werden de ondiepwatermijnenvegers uit dienst gesteld. De Hr.Ms. Van Hamel en de Hr.Ms. van der Well werden aan Peru verkocht. Daar doen beide schepen dienst als hydrografische opnemingsvaartuigen. De Hr.Ms. Lacomblé werd gedoneerd als korpsschip voor het zeekadettenkorps van Den Helder. Na de uitdienststelling heeft de Hr.Ms. Chömpff een ligplaats gekregen bij het Marine Etablissement Amsterdam. De Hr.Ms. Mahu deed van 1995 tot 2003 dienst als museumschip bij het mariniersmuseum in Rotterdam. Ze kreeg daar de naam Houtepen, als eerbetoon aan de marinier P.J. Houtepen. De oorspronkelijke Hr.Ms. Houtepen, werd tezamen met vijf andere vaartuigen verkocht aan Delft Geophysical.

Specificaties "Van Strealenklasse"

Afmetingen lengte: 33,1m; breedte: 6,65m; diepgang: 1,75m
Water verplaatsing 151 ton
Bemanning 14 man
Voortstuwing 2 Stork Werkspoor dieselmotoren, totaal vermogen 1100 pk
Maximale snelheid 13 knopen
Bewapening 20mm mitrailleur

Nieuwe mijnenvegers voor de Nederlandse marine

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in West Europa 650.000 mijnen gelegd. Veel van deze mijnen lagen in belangrijke vaarroutes in de Noordzee. Aanvankelijk gebruikte men voor het schoonvegen van de Noordzee enkele vaartuigen die de oorlog overleefd hadden en voormalig Duitse en Engelse vaartuigen.
In de jaren vijftig werd als onderdeel van het op 2 augustus 1949 ingediende herziene plan Van Holte voorzien in de aanschaf van in totaal 68 mijnenvegers. Het plan werd in de periode van 1954 tot 1962 gerealiseerd. De aanschaf voorzag in:

  • 14 Beemsterklasse kustmijnenvegers
  • 14 Wildervankklasse en 18 Dokkumklasse kustmijnenvegers
  • 6 Onversaagdklasse diepwatermijnenvegers
  • 16 Van Strealenklasse ondiepwatermijnenvegers

De mijnenvegers werden met uitzondering van de “Wildervankklasse” en acht mijnenvegers van de “Van Strealenklasse” gefinancierd vanuit het Mutual Defence Assistance Program (MDAP).

Mijnenvegen

Mijnenvegers hebben als taakstelling het opruimen van zeemijnen. Een mijnenveger doet dit met diverse veegtuigen, welke worden aangepast aan het type mijn dat geveegd moet worden. Er wordt hierbij onderscheidt gemaakt in de (drijvende of verankerde) contactmijnen en invloedsmijnen ( akoestische, magnetische en drukmijnen). Elk soort vereist een andere veegmethode.
Verankerde mijnen worden geveegd door de verankeringskabel door te snijden. Er wordt hierbij een speciaal gevlochten straaldraad achter de mijnenveger gesleept. Deze draden zijn voorzien van snij- en ontploffingsklauwen. De verankeringskabel van een mijn schuift langs het staaldraad en wordt vervolgens in de klauw gevangen. De kabel wordt door gesneden, waarna de mijn naar de oppervlakte drijft. De mijn kan dan met boordwapens kapot geschoten.
Bij het vegen van invloedsmijnen moet de mijnenveger ver voor het schip of ver achter het schip en scheepspassage imiteren. Er wordt een lange drijvende stroomgeleider achter de mijnenveger gesleept, waarbij een wisselstroom door deze stroomgeleider wordt gevoerd. Hierdoor wordt een sterk wisselende magnetische verstoring achter de mijnenveger gecreëerd, waardoor een magnetische mijn tot ontploffing wordt gebracht.
Voor het vegen van akoestische mijnen kan een akoestisch tuig worden ingezet. Dit veegtuig bestaat uit een hamer die onder water geluidsgolven van een gewenste frequentie uitzendt, waarbij de geluidsintensiteit hoger is dan die van de scheepshuid.
Met de uitdienststelling van de laatste Dokkumklasse mijnenvegers in de jaren negentig, heeft de Nederlandse marine geen mijnenveeg capaciteit meer. De Nederlandse marine is voornemens om drie mijnenjagers van de “Alkmaarklasse” in te richten als moederschip voor 4 radiografisch bestuurbare mijnveegdrones.

Beemsterklasse kustmijnenvegers

De veertien kustmijnenvegers van de “Beemsterklasse” werden tussen 1953 en 1954 in dienst gesteld bij de Nederlandse marine. De vaartuigen werden door vier werven in de Verenigde Staten gebouwd. Het ontwerp van de “Beemsterklasse” is gebaseerd op het Amerikaanse Adjudant Mine Sweeper (AMS)-60 type, ook wel de “Bluebirdklasse” genoemd. De vaartuigen werden door de VS ontwikkeld als antwoord op de toenemende dreiging van mijnen in de Korea oorlog. Schepen uit deze klasse werden ook voor België gebouwd. De schepen zijn gebouwd van hout en aluminium spanten. Hierdoor zijn de schepen nagenoeg a-magnetisch.
De mijnenvegers werden vanaf de jaren zeventig uit dienst genomen. Het laatste vaartuig werd in 1976 van de sterkte gevoerd. Twaalf vaartuigen werden gesloopt en twee vaartuigen verkocht: De Hr.Ms. Beilen werd verkocht aan Bruczak (Canada). De Hr.Ms. Breskens werd verkocht in de VS en in 2012 gedoneerd.

Specificaties "Beemsterklasse"

Afmetingen lengte: 43,91m; breedte: 8,81m; diepgang: 2,51m
Water verplaatsing 364 ton
Bemanning 37 - 42 man
Voortstuwing 2 GM 8-268A dieselmotoren, totaal vermogen 880 APK
Maximale snelheid 13,6 knopen
Bewapening 2 20mm dubbelloops mitrailleur

West Union “Dokkum- en Wildervankklasse” kustmijnenvegers

Er zijn in totaal 18 mijnenvegers van de Dokkumklasse en 14 mijnenvegers van de Wildervankklasse gebouwd. Beide klassen zijn nagenoeg identiek aan elkaar, met als uitzondering de voortstuwing: De Dokkumklasse werd voort gestuwd door MAN motoren, terwijl de Wildervank beschikte over Werkspoor motoren. Vanwege een verhoogd risico op een carterexplosie, werden de vaartuigen van de Wildervankklasse eerder uit dienst gesteld. Een ander verschil tussen beide klassen was de bekostiging. De Dokkumklasse mijnenvegers werden gefinancierd door de VS, terwijl de Wildervankklasse voor rekening van de Nederlandse regering is gebouwd.
De vaartuigen werden gebouwd uit aluminium spanten, waarbij een dubbele huid bestaande uit teakhout en mahoniehout. Tussen de binnen en buitenhuid is een tussenlaag van in Aspro gedrenkt linnen. De dekhuizen werden gebouwd van aluminium, met oorspronkelijk een open brug. In de jaren zeventig werd de open brug vervangen door een gesloten brug.
In het begin van de jaren zeventig werd een aantal W.U. vaartuigen omgebouwd tot mijnenjager en duikvaartuig. De Hr.Ms. Dokkum, Hr.Ms. Drunen, Hr.Ms. Staphorst en Hr.Ms. Veere werden omgebouwd tot mijnenjager, terwijl de Hr.Ms. Woerden, Hr.Ms. Rhenen, Hr.Ms. Waalwijk en Hr.Ms. Leersum werden omgebouwd tot duikvaartuig.
In de periode van 1969 tot 1977 werden de mijnenvegers van de Wildervankklasse, met uitzondering van de Hr.Ms. Grijpskerk, buiten dienst gesteld. De vaartuigen zijn verkocht aan diverse bedrijven en landen. De Hr.Ms. Grijpskerk werd in 1973 immobiel schip bij het TOKM te Amsterdam en werd in 1993 uit de sterkte afgevoerd. Het werd in datzelfde jaar voor sloop verkocht.
Met de in dienststelling van de mijnenjagers van de “Alkmaarklasse” werden de resterende vaartuigen van de Dokkumklasse overbodig. De mijnenvegers van de Dokkumklasse werden tussen 1984 en 1996 uit de sterkte afgevoerd.
Een aantal mijnenvegers is gedoneerd aan zeekadettenkorpsen in Nederland. De Hr.Ms. Roermond, Hr.Ms. Naaldwijk, Hr.Ms. Naarden en Hr.Ms. Sittard doen dienst als korpsschip in respectievelijk Lemmer, Haarlem, Delfzijl en Harlingen.
De Hr.Ms. Hoogeveen is geschonken aan de Stichting Vrienden van de Koninklijke Marine. De Hr.Ms. Abcoude is verkocht aan Peru en doet daar dienst als hydrografisch opnemingsvaartuig.

Specificaties "Dokkum- & Wildervankklasse"

Afmetingen Dokkum: lengte: 46,62m; breedte: 8,78m; diepgang: 2,55m
Wildervank: lengte: 46,62; breedte: 8,75m; diepgang: 2,28m
Water verplaatsing Dokkum: 428 ton
Wildervank: 417 ton
Bemanning 38 man
Voortstuwing Dokkum: 2 MAN V6V22/30, vermogen 2x 1250pk
Wildervank: 2 Werkspoor Dieselmotoren
Maximale snelheid 14 knopen
Bewapening 2 40mm kanons, later 1 20mm mitrailleur

“O” of “Onversaagd klasse” diepwatermijnenvegers

De zes mijnenvegers van de “Onversaagdklasse” zijn gebaseerd op de Amerikaanse “Aggressiveklasse”. De vaartuigen zijn in de Verenigde Staten gebouwd en in 1954 en 1955 in dienst gesteld van de Nederlandse marine. De mijnenvegers waren dusdanig uitgerust dat zij geschikt waren om te opereren in diepe wateren. Hierbij kon de klasse om magnetische, akoestische en contactmijnen te ruimen.
In 1965 werden de mijnenvegers met uitzondering van de Hr.Ms. Onversaagd en Hr.Ms. Onverschrokken geklasseerd als hoofdkwartierondersteuningsschepen ten behoeve van de mijnendienst. De Hr.Ms. Onverschrokken bleef dienst doen als mijnenveger en de Hr.Ms. Onversaagd werd geklasseerd als Noordzee opnemingsvaartuig.
De Hr.Ms. Onverschrokken werd 1973 uit dienst gesteld. Na de uitdienstneming werd het schip verbouwd tot torpedowerkschip en hernoemd tot Hr.Ms. Mercuur. Daar heeft het schip tot 1987, tot de indienstneming van de nieuwe Hr.Ms. Mercuur, dienst gedaan bij de onderzeedienst. Alle schepen, met uitzondering van de Hr.Ms. Onverschrokken, zijn in de jaren zeventig en tachtig gesloopt.

Specificaties "Onversaagdklasse"

Afmetingen lengte: 52,2m; breedte: 11m; diepgang: 3,2m
Water verplaatsing 790 ton
Bemanning 55 - 77 man
Voortstuwing 2 dieselmotoren, totaal vermogen 2400 pk
Maximale snelheid 15 knopen
Bewapening 2 12,7mm mitrailleur

Van Strealenklasse

De zestien ondiepwatermijnenvegers van de “Van Strealenklasse” werden tussen 1960 en 1962 in gebruik genomen bij de Nederlandse marine. De mijnenvegers werden vooral gebruikt bij het mijnenvrij maken van ondiepe wateren en voor binnenlands vlagvertoon. De mijnenvegers opereerde vanuit Den Helder, Vlissingen of Hellevoetsluis.
De bouw van acht mijnenvegers werd gefinancierd door de Verenigde Staten. De overige acht vaartuigen voor rekening van de Nederlandse regering gebouwd. Alle mijnenvegers werden op Nederlandse werven gebouwd. De mijnenvegers werden in Nederland ontworpen.
De mijnenvegers van de “Van Strealenklasse” werden bij koninklijke besluit genoemd naar personeel van de Koninklijke marine, die gedurende de Tweede Wereldoorlog, alsmede tijdens de politionele acties in 1946 in Nederlands-Indië, postuum met de Militaire Willemsorde of Bronzen Leeuw werden onderscheiden.
In 1983 werden de ondiepwatermijnenvegers uit dienst gesteld. De Hr.Ms. Van Hamel en de Hr.Ms. van der Well werden aan Peru verkocht. Daar doen beide schepen dienst als hydrografische opnemingsvaartuigen. De Hr.Ms. Lacomblé werd gedoneerd als korpsschip voor het zeekadettenkorps van Den Helder. Na de uitdienststelling heeft de Hr.Ms. Chömpff een ligplaats gekregen bij het Marine Etablissement Amsterdam. De Hr.Ms. Mahu deed van 1995 tot 2003 dienst als museumschip bij het mariniersmuseum in Rotterdam. Ze kreeg daar de naam Houtepen, als eerbetoon aan de marinier P.J. Houtepen. De oorspronkelijke Hr.Ms. Houtepen, werd tezamen met vijf andere vaartuigen verkocht aan Delft Geophysical.

Specificaties "Van Strealenklasse"

Afmetingen lengte: 33,1m; breedte: 6,65m; diepgang: 1,75m
Water verplaatsing 151 ton
Bemanning 14 man
Voortstuwing 2 Stork Werkspoor dieselmotoren, totaal vermogen 1100 pk
Maximale snelheid 13 knopen
Bewapening 20mm mitrailleur

Nieuwe mijnenvegers voor de Nederlandse marine

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in West Europa 650.000 mijnen gelegd. Veel van deze mijnen lagen in belangrijke vaarroutes in de Noordzee. Aanvankelijk gebruikte men voor het schoonvegen van de Noordzee enkele vaartuigen die de oorlog overleefd hadden en voormalig Duitse en Engelse vaartuigen.
In de jaren vijftig werd als onderdeel van het op 2 augustus 1949 ingediende herziene plan Van Holte voorzien in de aanschaf van in totaal 68 mijnenvegers. Het plan werd in de periode van 1954 tot 1962 gerealiseerd. De aanschaf voorzag in:

  • 14 Beemsterklasse kustmijnenvegers
  • 14 Wildervankklasse en 18 Dokkumklasse kustmijnenvegers
  • 6 Onversaagdklasse diepwatermijnenvegers
  • 16 Van Strealenklasse ondiepwatermijnenvegers

De mijnenvegers werden met uitzondering van de “Wildervankklasse” en acht mijnenvegers van de “Van Strealenklasse” gefinancierd vanuit het Mutual Defence Assistance Program (MDAP).

Mijnenvegen

Mijnenvegers hebben als taakstelling het opruimen van zeemijnen. Een mijnenveger doet dit met diverse veegtuigen, welke worden aangepast aan het type mijn dat geveegd moet worden. Er wordt hierbij onderscheidt gemaakt in de (drijvende of verankerde) contactmijnen en invloedsmijnen ( akoestische, magnetische en drukmijnen). Elk soort vereist een andere veegmethode.
Verankerde mijnen worden geveegd door de verankeringskabel door te snijden. Er wordt hierbij een speciaal gevlochten straaldraad achter de mijnenveger gesleept. Deze draden zijn voorzien van snij- en ontploffingsklauwen. De verankeringskabel van een mijn schuift langs het staaldraad en wordt vervolgens in de klauw gevangen. De kabel wordt door gesneden, waarna de mijn naar de oppervlakte drijft. De mijn kan dan met boordwapens kapot geschoten.
Bij het vegen van invloedsmijnen moet de mijnenveger ver voor het schip of ver achter het schip en scheepspassage imiteren. Er wordt een lange drijvende stroomgeleider achter de mijnenveger gesleept, waarbij een wisselstroom door deze stroomgeleider wordt gevoerd. Hierdoor wordt een sterk wisselende magnetische verstoring achter de mijnenveger gecreëerd, waardoor een magnetische mijn tot ontploffing wordt gebracht.
Voor het vegen van akoestische mijnen kan een akoestisch tuig worden ingezet. Dit veegtuig bestaat uit een hamer die onder water geluidsgolven van een gewenste frequentie uitzendt, waarbij de geluidsintensiteit hoger is dan die van de scheepshuid.
Met de uitdienststelling van de laatste Dokkumklasse mijnenvegers in de jaren negentig, heeft de Nederlandse marine geen mijnenveeg capaciteit meer. De Nederlandse marine is voornemens om drie mijnenjagers van de “Alkmaarklasse” in te richten als moederschip voor 4 radiografisch bestuurbare mijnveegdrones.

Beemsterklasse kustmijnenvegers

De veertien kustmijnenvegers van de “Beemsterklasse” werden tussen 1953 en 1954 in dienst gesteld bij de Nederlandse marine. De vaartuigen werden door vier werven in de Verenigde Staten gebouwd. Het ontwerp van de “Beemsterklasse” is gebaseerd op het Amerikaanse Adjudant Mine Sweeper (AMS)-60 type, ook wel de “Bluebirdklasse” genoemd. De vaartuigen werden door de VS ontwikkeld als antwoord op de toenemende dreiging van mijnen in de Korea oorlog. Schepen uit deze klasse werden ook voor België gebouwd. De schepen zijn gebouwd van hout en aluminium spanten. Hierdoor zijn de schepen nagenoeg a-magnetisch.
De mijnenvegers werden vanaf de jaren zeventig uit dienst genomen. Het laatste vaartuig werd in 1976 van de sterkte gevoerd. Twaalf vaartuigen werden gesloopt en twee vaartuigen verkocht: De Hr.Ms. Beilen werd verkocht aan Bruczak (Canada). De Hr.Ms. Breskens werd verkocht in de VS en in 2012 gedoneerd.

Specificaties "Beemsterklasse"

Afmetingen lengte: 43,91m; breedte: 8,81m; diepgang: 2,51m
Water verplaatsing 364 ton
Bemanning 37 - 42 man
Voortstuwing 2 GM 8-268A dieselmotoren, totaal vermogen 880 APK
Maximale snelheid 13,6 knopen
Bewapening 2 20mm dubbelloops mitrailleur

West Union “Dokkum- en Wildervankklasse” kustmijnenvegers

Er zijn in totaal 18 mijnenvegers van de Dokkumklasse en 14 mijnenvegers van de Wildervankklasse gebouwd. Beide klassen zijn nagenoeg identiek aan elkaar, met als uitzondering de voortstuwing: De Dokkumklasse werd voort gestuwd door MAN motoren, terwijl de Wildervank beschikte over Werkspoor motoren. Vanwege een verhoogd risico op een carterexplosie, werden de vaartuigen van de Wildervankklasse eerder uit dienst gesteld. Een ander verschil tussen beide klassen was de bekostiging. De Dokkumklasse mijnenvegers werden gefinancierd door de VS, terwijl de Wildervankklasse voor rekening van de Nederlandse regering is gebouwd.
De vaartuigen werden gebouwd uit aluminium spanten, waarbij een dubbele huid bestaande uit teakhout en mahoniehout. Tussen de binnen en buitenhuid is een tussenlaag van in Aspro gedrenkt linnen. De dekhuizen werden gebouwd van aluminium, met oorspronkelijk een open brug. In de jaren zeventig werd de open brug vervangen door een gesloten brug.
In het begin van de jaren zeventig werd een aantal W.U. vaartuigen omgebouwd tot mijnenjager en duikvaartuig. De Hr.Ms. Dokkum, Hr.Ms. Drunen, Hr.Ms. Staphorst en Hr.Ms. Veere werden omgebouwd tot mijnenjager, terwijl de Hr.Ms. Woerden, Hr.Ms. Rhenen, Hr.Ms. Waalwijk en Hr.Ms. Leersum werden omgebouwd tot duikvaartuig.
In de periode van 1969 tot 1977 werden de mijnenvegers van de Wildervankklasse, met uitzondering van de Hr.Ms. Grijpskerk, buiten dienst gesteld. De vaartuigen zijn verkocht aan diverse bedrijven en landen. De Hr.Ms. Grijpskerk werd in 1973 immobiel schip bij het TOKM te Amsterdam en werd in 1993 uit de sterkte afgevoerd. Het werd in datzelfde jaar voor sloop verkocht.
Met de in dienststelling van de mijnenjagers van de “Alkmaarklasse” werden de resterende vaartuigen van de Dokkumklasse overbodig. De mijnenvegers van de Dokkumklasse werden tussen 1984 en 1996 uit de sterkte afgevoerd.
Een aantal mijnenvegers is gedoneerd aan zeekadettenkorpsen in Nederland. De Hr.Ms. Roermond, Hr.Ms. Naaldwijk, Hr.Ms. Naarden en Hr.Ms. Sittard doen dienst als korpsschip in respectievelijk Lemmer, Haarlem, Delfzijl en Harlingen.
De Hr.Ms. Hoogeveen is geschonken aan de Stichting Vrienden van de Koninklijke Marine. De Hr.Ms. Abcoude is verkocht aan Peru en doet daar dienst als hydrografisch opnemingsvaartuig.

Specificaties "Dokkum- & Wildervankklasse"

Afmetingen Dokkum: lengte: 46,62m; breedte: 8,78m; diepgang: 2,55m
Wildervank: lengte: 46,62; breedte: 8,75m; diepgang: 2,28m
Water verplaatsing Dokkum: 428 ton
Wildervank: 417 ton
Bemanning 38 man
Voortstuwing Dokkum: 2 MAN V6V22/30, vermogen 2x 1250pk
Wildervank: 2 Werkspoor Dieselmotoren
Maximale snelheid 14 knopen
Bewapening 2 40mm kanons, later 1 20mm mitrailleur

“O” of “Onversaagd klasse” diepwatermijnenvegers

De zes mijnenvegers van de “Onversaagdklasse” zijn gebaseerd op de Amerikaanse “Aggressiveklasse”. De vaartuigen zijn in de Verenigde Staten gebouwd en in 1954 en 1955 in dienst gesteld van de Nederlandse marine. De mijnenvegers waren dusdanig uitgerust dat zij geschikt waren om te opereren in diepe wateren. Hierbij kon de klasse om magnetische, akoestische en contactmijnen te ruimen.
In 1965 werden de mijnenvegers met uitzondering van de Hr.Ms. Onversaagd en Hr.Ms. Onverschrokken geklasseerd als hoofdkwartierondersteuningsschepen ten behoeve van de mijnendienst. De Hr.Ms. Onverschrokken bleef dienst doen als mijnenveger en de Hr.Ms. Onversaagd werd geklasseerd als Noordzee opnemingsvaartuig.
De Hr.Ms. Onverschrokken werd 1973 uit dienst gesteld. Na de uitdienstneming werd het schip verbouwd tot torpedowerkschip en hernoemd tot Hr.Ms. Mercuur. Daar heeft het schip tot 1987, tot de indienstneming van de nieuwe Hr.Ms. Mercuur, dienst gedaan bij de onderzeedienst. Alle schepen, met uitzondering van de Hr.Ms. Onverschrokken, zijn in de jaren zeventig en tachtig gesloopt.

Specificaties "Onversaagdklasse"

Afmetingen lengte: 52,2m; breedte: 11m; diepgang: 3,2m
Water verplaatsing 790 ton
Bemanning 55 - 77 man
Voortstuwing 2 dieselmotoren, totaal vermogen 2400 pk
Maximale snelheid 15 knopen
Bewapening 2 12,7mm mitrailleur

Van Strealenklasse

De zestien ondiepwatermijnenvegers van de “Van Strealenklasse” werden tussen 1960 en 1962 in gebruik genomen bij de Nederlandse marine. De mijnenvegers werden vooral gebruikt bij het mijnenvrij maken van ondiepe wateren en voor binnenlands vlagvertoon. De mijnenvegers opereerde vanuit Den Helder, Vlissingen of Hellevoetsluis.
De bouw van acht mijnenvegers werd gefinancierd door de Verenigde Staten. De overige acht vaartuigen voor rekening van de Nederlandse regering gebouwd. Alle mijnenvegers werden op Nederlandse werven gebouwd. De mijnenvegers werden in Nederland ontworpen.
De mijnenvegers van de “Van Strealenklasse” werden bij koninklijke besluit genoemd naar personeel van de Koninklijke marine, die gedurende de Tweede Wereldoorlog, alsmede tijdens de politionele acties in 1946 in Nederlands-Indië, postuum met de Militaire Willemsorde of Bronzen Leeuw werden onderscheiden.
In 1983 werden de ondiepwatermijnenvegers uit dienst gesteld. De Hr.Ms. Van Hamel en de Hr.Ms. van der Well werden aan Peru verkocht. Daar doen beide schepen dienst als hydrografische opnemingsvaartuigen. De Hr.Ms. Lacomblé werd gedoneerd als korpsschip voor het zeekadettenkorps van Den Helder. Na de uitdienststelling heeft de Hr.Ms. Chömpff een ligplaats gekregen bij het Marine Etablissement Amsterdam. De Hr.Ms. Mahu deed van 1995 tot 2003 dienst als museumschip bij het mariniersmuseum in Rotterdam. Ze kreeg daar de naam Houtepen, als eerbetoon aan de marinier P.J. Houtepen. De oorspronkelijke Hr.Ms. Houtepen, werd tezamen met vijf andere vaartuigen verkocht aan Delft Geophysical.

Specificaties "Van Strealenklasse"

Afmetingen lengte: 33,1m; breedte: 6,65m; diepgang: 1,75m
Water verplaatsing 151 ton
Bemanning 14 man
Voortstuwing 2 Stork Werkspoor dieselmotoren, totaal vermogen 1100 pk
Maximale snelheid 13 knopen
Bewapening 20mm mitrailleur