"Van Speijkklasse" fregatten - Navy Inside Navyinside.nl
"Van Speijkklasse" fregatten
De fregatten van de "Van Speijkklasse" bestond uit zes schepen die bij de Nederlandse marine in dienst waren in de periode van 1967 tot 1990. De klasse was gebaseerd op de Britse "Leanderklasse" fregatten.
De fregatten van de "Van Speijkklasse" bestond uit zes schepen die bij de Nederlandse marine in dienst waren in de periode van 1967 tot 1990. De klasse was gebaseerd op de Britse "Leanderklasse" fregatten.

Verouderde vloot

In de jaren '60 bestond de Nederlandse vloot uit onderzeebootjagers, kruisers, een vliegkampschip, mijnenvegers en fregatten. Veel van deze vaartuigen begonnen in de jaren '60 te verouderen. De Nederlandse marine beschikte tevens nog over schepen die gebouwd waren voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en intensief gebruikt werden tijdens de oorlog, en schepen die waren overgenomen van de Verenigde Staten en Groot Brittannie in het kader van het Mutual Defence Aid Program. De "Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau" dateerde uit 1943 en was overgenomen van de Britten. Het fregat de "Hr.Ms. Van Speijk" dateerde uit 1941 en was tijdens de oorlog in Duitse dienst, maar werd na de oorlog weer in dienst genomen bij de Nederlandse marine. Het fregat de "Hr.Ms. Willem van der Zaan" was in 1939 in dienst gesteld als mijnenlegger en had de oorlog overleeft in Groot Britannie. De "Hr.Ms. Queen Wilhelmina" was in 1942 door president Roosevelt geschonken en dienden tijdens de oorlog als escorte vaartuig. Ook de fregatten van de "Van Amstelklasse" waren in de Tweede wereldoorlog operationeel bij de Amerikaanse marine en in 1954 in bruikleen gegeven. Na de Nieuw-Guinea periode waren ook de oude S-klasse torpedobootjagers "Hr.Ms. Kortenaer", "Hr.Ms. Piet Hein" en "Hr.Ms. Evertsen" in 1961 en 1962 uit dienst gesteld. Alle genoemde schepen waren sterk verouderd en toe aan vervanging.
In de jaren na de oorlog bouwde Nederland de onderzeebootjagers van de Holland- en Frieslandklasse en de kruisers van de De Ruyterklasse. Deze schepen waren door Nederland zelf ontwikkeld en gebouwd. De gebouwde schepen hadden veel last van technologische problemen, waardoor de Nederlandse marine niet tevreden was met de naoorlogse ontwerpen. In 1959 week de Nederlandse marine uit naar Groot Britannie en in 1961 werd in overleg tussen marinestaf en materieel besloten tot de bouw van fregatten van het type "Leander". Later dat jaar werd er toestemming gevraagd aan de Britse marine en verkregen. In april 1962 werden vijf werven aangeschreven met de mededeling dat er vier schepen zouden worden aanbesteed.

Bouw en ontwikkeling

De contracten voor de vier fregatten werden getekend op 15 januari 1963, waarbij het eerste schip zou moeten worden opgeleverd op 1 september 1965. De bouw van de fregatten werd door de NDSM en KMS aangenomen. Het Leander-ontwerp had in de loop der jaren enige wijzigingen ondergaan. Er waren inmiddels al zesentwintig van deze schepen gebouwd en het ontwerp was op verschillende punten gewijzigd. Er werd besloten dat de Nederlandse fregatten zouden worden uitgerust met de gemodificeerde Y-136 voortstuwingsinstallatie, en niet de oorspronkelijke Y-100. Daarbij zouden de Nederlandse fregatten kleiner worden dan de Engelse zusterschepen en waren de fregatten voorzien van een bredere navigatiebrug en Nederlandse radarsystemen.
In augustus 1963 bleek de begroting voldoende ruimte te bieden om de serie van vier fregatten uit te breiden naar zes. Na de uit dienst stelling van de drie S-klasse torpedobootjagers en de noodzaak voor vervanging van de "Van Amstelklasse" was zes het oorspronkelijk gewenste aantal fregatten. De nieuwe klasse zou in totaal dertien verschillende schepen moeten gaan vervangen en zou bekend worden onder de naam "Van Speijkklasse".
Voor de schepen van de "Van Speijkklasse" werd een semiautomatisch geïntegreerd vuurleidingssysteem ontwikkeld. Het eerste SEWACO systeem van de marine werd voor deze schepen gebouwd. Het waren de eerste schepen met een (vuurleidings-) computer aan boord. De fregatten waren tevens de eerste Nederlandse fregatten met helikopter en luchtdoelraketten aan boord.
De bouw van de zes fregatten hebben meerdere malen een overschrijding van de contractdatum meegemaakt. De voornaamste reden was het feit dat men aanvankelijk te optimistisch is geweest met het gemakkelijk nabouwen van de "Leanderklasse" fregatten. Het "Leander-ontwerp" was onderhevig aan velen veranderingen om het type schip om te bouwen naar Nederlandse eisen, waardoor het grootste deel van de Engelse tekeningen minder bruikbaar waren. Uiteindelijk heeft de bouw van de zes schepen een vertraging van één jaar gehad. In zijn totaliteit heeft het "Van Speijkklasse" fregatten project 8 jaar geduurd. Door het doorontwikkelen van het ontwerp, is de "Van Speijkklasse" een betere klasse schepen geworden dan de Britse schepen.

Samenwerking marinebedrijven

Het complexe karakter van de bewapeningsapparatuur en de inbouw en integratie daarvan in het schip, betekenden dat de competentie en onderlinge taakafbakening van de diverse marinebedrijven en instellingen nauwkeurig beschreven dienden te worden. Deze marinebedrijven en instellingen waren het Marine elektronisch Bedrijf (MEB), de Bewapenings Werkplaatsen (BW) en de Rijkswerf (RW). Voorheen was er sprake van weinig of geen samenwerking, omdat de door hen beheerde technische apparatuur aan boord niet of nauwelijks was geïntegreerd. Met de "Van Speijkklasse" veranderde dit. Langzaam ontwikkelde zich een ondersteuning vanuit de marinebedrijven voor het installeren en onderhouden van een geïntegreerd SEWACO-systeem.

Inzet

De fregatten van de "Van Speijkklasse" werden menigmaal ingezet bij NAVO oefeningen en hebben veel reizen gemaakt. De fregatten werden in de jaren '60 vaak toegevoegd aan smaldeel 5, waar het de eerste fregatten waren die opereerde met een noordhelikopter.
In de periode van 1977 tot 1983 werden de fregatten een voor een uit dienst gesteld om te worden gemoderniseerd: de Mid Life Modernization (MLM). De fregatten zouden zoveel mogelijk gestandaardiseerd moeten worden met de inmiddels in dienst gestelde geleidewapen en standaard fregatten. De fregatten werden uitgerust met een 76mm Oto Melara snelvuurkanon, Harpoon Surface-to-Surface-Missiles en torpedobuizen. De hangaar en het helikopterdek werden aangepast om te kunnen opereren met de SH14B Westland Lynx boordhelikopter en de commandocentrale werd heringericht en verbeterd. Diverse sensoren werden gemodificeerd en voortstuwingsinstallatie werd gemoderniseerd, alsmede de diverse woon- en werkruimten. Het DAISY-datahandlingstsysteem werd geïnstalleerd, wat zorgde voor een verregaande automatisering van de fregatten. Door deze automatisering kon het aantal bemanningsleden van 253 man worden teruggebracht naar 180 man.

Uitdienststelling

Eind jaren '70 werd begonnen met de ontwikkeling van de multipurpose fregatten van de Karel Doormanklasse. In de jaren '80 werd bekend gemaakt dat deze klasse, bestaande uit acht fregatten, de fregatten van de Roofdierklasse en Van Speijkklasse zouden vervangen. De zes fregatten van de "Van Speijkklasse" werden te koop aangeboden en Indonesië toonde interesse. In 1986 werden de Hr.Ms. Van Speijk, Hr.Ms. Tjerk Hiddes en Hr.Ms. Van Nes overgedragen aan de Indonesische marine en kregen respectievelijk de namen "KRI Slamet Riyadi (352)", "KRI Ahmad Yani (351)" en "KRI Oswald Siahaan (354)". Een jaar later werd ook de Hr.Ms. Van Galen in dienst gesteld bij de Indonesische marine als de "KRI Yos Sudarso (353)". In 1989 en 1990 werden ook de Hr.Ms. Evertsen en Hr.Ms. Isaac Sweers ingelijfd bij de Indonesische marine als de "KRI Karel Satsuit Tubun (356)" en de "KRI Abdul Halim Perdanakusuma (355)". De meer dan vijftig jaar oude fregatten varen vandaag de dag nog steeds in dienst van de Indonesische marine.

Specificaties

Afmetingen lengte: 113,4m; breedte: 12,5m; diepgang: 4,2m
Water verplaatsing 2385 ton
Bemanning 253 man, na verbouwing 180 man
Voortstuwing Stoomturbines, later bij Indonesië: Caterpillar dieselmotoren bij 5 schepen en SEMT-Pielstick dieselmotoren bij 1 schip
Maximale snelheid 28,5 knopen
Bewapening 2 4,5inch kanons, later vervangen door 76mm Oto Melara kanon
2 Sea Cat lanceerinrichtingen
Mk10 Limbo dieptebommortier (na verbouwing verwijderd)
Na verbouwing AGM-84 Harpoon Surface-to-Surface-Missiles, in Indonesische dienst vervangen door SS-N-26 of C-802 Surface-to-Surface-Missiles
Na verbouwing torpedo lanceersysteem voor Mk46 torpedo's
In Indonesische dienst: toevoeging 2 twin Simbad Launcher voor Mistral Surface-to-Air-Missiles
Westland Wasp helikopter, na verbouwing SH14B Westland Lynx helikopter. In Indonesische dienst: MBB Bo 105 helikopter

Bemanningslijsten

Registreer jezelf op Navy Inside

Registreer jezelf gratis en éénmalig op als Navy Inside lid en krijg toegang tot de bemanningslijsten. Ben je al geregistreerd? Log dan snel in!

Volg ons...