Vliegkampschip - Navy Inside Navyinside.nl
Navy Inside

Zoekveld

U bent hier

U bent hier

De Karel Doorman was een voormalig Brits vliegdekschip dat in de periode van 1948 tot 1968 dienst deed bij de Nederlandse marine. Het vliegkampschip was het vlaggenschip van smaldeel 5. In 1968 is het schip aan Argentinië verkocht.
De Karel Doorman was een voormalig Brits vliegdekschip dat in de periode van 1948 tot 1968 dienst deed bij de Nederlandse marine. Het vliegkampschip was het vlaggenschip van smaldeel 5. In 1968 is het schip aan Argentinië verkocht.

Karel Doorman I: 1946 - 1948

De eerste "Hr.Ms. Karel Doorman" werd in 1943 te water gelaten als de Britse escorte-carrier "Nairana". De Nairana was een koelschip, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in opdracht van de Britse marine werd omgebouwd tot vliegdekschip. In de periode van 1946 tot 1948 werd het schip gehuurd door de Nederlands marine en werd vernoemd naar Karel Doorman. In Nederlandse dienst kon het schip achttien vliegtuigen aan boord nemen. Deze waren van het type Fairey Barracuda, Fairey Firefly Mk.1 en Hawker Sea Fury. De "Hr.Ms. Karel Doorman (QH-1)" werd in 1948 teruggegeven aan de Britse marine. Het schip werd verkocht om dienst te doen als koopvaardijschip "Port Victor". In 1971 werd het schip gesloopt in Faslane. De "Hr.Ms. Karel Doorman" werd vervangen door een nieuw Brits vliegkampschip: de "HMS Venerable".

Colossusklasse

"HMS Venerable" was één van de twaalf light fleet carriers van de "Colossusklasse". Het vliegkampschip werd op 3 december 1942 bij Cammel Laird & Co. Limited te Birkenhead op stapel gezet. Op 30 december 1943 werd het schip te water gelaten en op 17 januari 1945 als "HMS Venerable" in dienst gesteld bij de Royal Navy. De "Colossusklasse" van lichte vlootcarriers was een ontwerp uit de Tweede Wereldoorlog en leek in veel opzichten op een eenvoudige versie van de "Illustriousklasse". De "Colossusklasse" had maar een hangaar, geen bepantsering en slechts lichte luchtafweerkanons voor de zelfverdediging. De voortstuwing waseen aangepaste versie van die van kruisers uit die tijd, waarbij de ketels en machinekamers achter elkaar geplaatst waren om de effecten van torpedo- of bominslag beneden dek te verkleinen. In totaal werden er twaalf schepen van deze klasse gebouwd, waarvan de meeste dienst deden bij de Britse marine tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Karel Doorman II: 1948 - 1968

Op 28 mei 1948 werd de Hr.Ms. Karel Doorman overgedragen en in dienst gesteld bij de Nederlandse marine. De eerste maanden na de indient stelling voer de Doorman veel op de Noordzee. Later dat jaar werd het vliegkampschip naar de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij gevaren voor een verbouwing van negen maanden. Bij deze verbouwing werd de accommodatie verbeterd, recreatieverblijven toegevoegd en wasplaatsen aangepakt. Er werd moderne kookapparatuur geplaatst in de kombuis en de opslagruimtes werden aangepast. Het vliegdek werd verbouwd en er werden twee remkabels geplaatst. De vliegcentrale werd gemoderniseerd.
Velen malen fungeerde de "Hr.Ms. Karel Doorman" als vlaggenschip van smaldeel 5, het operationele smaldeel van de Nederlandse marine. Het schip is menigmaal naar de West gevaren, maar deed ook havens in Scandinavië, de VS en Canada aan. Het schip werd dan vergezeld door diverse onderzeebootjagers, onderzeeboten en kruisers.

Verbouwing

De verbouwing en modernisering van de "Hr.Ms. Karel Doorman" zat begin jaren '50 al enige tijd in de pen. De toepassing van een angled deck zou de operationele mogelijkheden van het schip aanzienlijk vergroten. Bovendien zouden nieuwere vliegtuigtypen, die op het bestaande schip niet pasten, vanaf het gemoderniseerde schip kunnen opereren. Het schip moest volgens de stafeisen, die als leidraad voor de verbouwing dienden, kunnen opereren met een twintig tot vierentwintig onderzeebootbestrijdingsvliegtuigen, zeven tot twaalf jachtvliegtuigen en een helikopter. Het was tevens nodig om het schip te voorzien van moderne verbindingsmiddelen. De gevechtsinformatie werd aanzienlijk verbeterd en uitgebreid met nieuwe radars en een vliegtuigdirectiecentrale, commandocentrale, radarcentrale en een doelaanwijscentrale. Tevens werd het schip uitgerust met meer 40mm mitrailleurs. Als laatste werd ook de accommodatie aangepakt en geschikt gemaakt voor het inschepen van een smaldeel staf. De "Hr.Ms. Karel Doorman" werd een vliegdekschip dat in kwaliteit paste in een moderne vloot.

Airwing van de "Karel Doorman"

Als onderzeebootbestrijdingsvliegtuigen werden aanvankelijk de "Fairey Firefly". Dit vliegtuig werd later vervangen door de "Grumman Avenger TBM-3W2 verkenners" en "TBM-3S2 torpedobommenwerpers". In 1960 kreeg de Doorman langeafstandspatrouillevliegtuigen van het type "Grumman Trackers S2F" aan boord. Deze vliegtuigen vervingen de Avengers en werden gebruikt voor onderzeebootopsporing en -bestrijding. Het schip was ook geschikt om met de "Fairey Gannet" de opereren, maar dit heeft nooit plaats gevonden. De aan boord ingescheepte jachtvliegtuigen waren aanvankelijk van het type "Hawker Sea Fury". Dit type vliegtuig werd later vervangen door straalvliegtuigen van het type "Hawker Sea Hawk". Er was een helikopter aan boord geplaatst, een Sikorsky S-51 en later de S-55 en S-58, die diende voor het redden van drenkelingen in het geval dat een vliegtuig bij de start of landing in het water zou belanden.

Inzet Nederlands Nieuw Guinea

Nederlands Nieuw-Guinea was van 1949 tot 1962 een overzees gebiedsdeel van Nederland. Voor die tijd behoorde het eiland tot Nederlands-Indië. Toen Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, behield Nederland Nieuw-Guinea. In 1949, nadat Indonesië onafhankelijk was geworden, zouden beide partijen een overeenkomst moeten bereiken over wat er met Nieuw-Guinea moest gebeuren. Nadat alle deelstaten, die waren opgericht door de Nederlanders, waren ontmanteld had Nederland sterk het verlangen om Nieuw-Guinea te behouden. De "Hr.Ms. Karel Doorman" werd in 1961 met militair materieel naar Nieuw-Guinea gestuurd, onder het mom van vlagvertoon. Deze tocht, de langste die het schip ooit maakte, draaide op een diplomatiek fiasco uit en toonde aan hoe weinig steun Nederland kreeg van de internationale genootschap. Niet lang daarna werd Nieuw-Guinea overgedragen aan Indonesië.
Met het verlies van Nieuw Guinea twijfelde de Nederlandse regering over het behoud van een groot vliegkampschip als de "Karel Doorman". In de toekomst zou de marine zich voornamelijk moeten richten op de bestrijding van onderzeeboten in de Atlantische Oceaan, in samenwerking met NAVO bondgenoten. Een zelfstandige rol, buiten NAVO gebied, was geen optie meer. Besloten werd om alle investeringen in de Doorman te staken en het schip omstreeks 1970 uit de vaart te halen.

Grote brand

Op 29 april 1968 ontstond er een grote brand in de voormachinekamer. Een dag later sloeg de brand ook over naar de achtermachinekamer. De brand begon met kleine vlammetjes onder de ketels in de voormachinekamer. De brand was binnen enkele uren geblust. In de nacht die daarop volgde vloog ook de achtermachinekamer in brand. De schade aan het schip was enorm. Indien het schip gerepareerd zou worden, zou het minimaal vijf maanden niet beschikbaar zijn. Daarbij zouden de reparatiekosten, vlak voor de uitdienst stelling, te hoog zijn, waarop de marineleiding besloot de "Dikke Boot" vervroegd uit dienst te stellen.

25 de Mayo: 1968 - 1997

Na de grote brand aan boord van de Doorman, werd het schip verkocht aan Argentinië. De schade was voor de verkoop niet gerepareerd, waarop Argentinië het schip liet herstellen in Nederland nadat ze het schip gekocht hadden. In 1969 voer het schip als de "ARA 25 de Mayo". Het schip werd later uitgerust met een gewijzigd Ferranti CAAIS dataverwerkingssysteem en Plessey Super CAAIS consoles. Met behulp van dit systeem kon het schip haar vliegtuigen leiden en via datalinks communiceren met de Type 42 destroyers die in de jaren '70 van de Britse marine waren overgenomen. De dekopbouw werd gewijzigd en verschilt aanzienlijk van die van andere voormalige Britse vliegdekschepen die bij andere marines varen. In 1980 tot 1981 werd het vliegdek versterkt en werd extra dekruimte gecreëerd voor twee extra Super Etendards gevechtsvliegtuigen.
De "25 de Mayo" speelde een hoofdrol bij de landingen op de Falklands en zou een aanval op de Britse vloot ondernemen, maar het weer kwam tussen beide. Toen vervolgens de "ARA General Belgrado" tot zinken werd gebracht, zag het vliegdekschip zich gedwongen om de relatief veilige kustwateren van Argentinie op te zoeken en speelde daarna geen rol meer in de oorlog.
Het schip kwam in de jaren '90 niet meer van haar plaats. Het schip werd als gevolg van problemen met de voortstuwing niet meer operationeel beschouwd. Die Argentijnse marine had geen financiële middelen om het schip te moderniseren en stelde het schip in 1997 uit dienst. Onderdelen en apparatuur werden van het schip gekannibaliseerd om vervolgens geplaatst te worden op het Braziliaanse zusterschip, de "NAeL Minas Gerais". Uiteindelijk is de "25 de Mayo" in 2000 naar India gesleept om daar gesloopt te worden.

Specificaties

Afmetingen lengte: 212,9m; breedte: 42,6m; diepgang: 7,5m
Water verplaatsing 19790 ton
Bemanning 1390 man, na verbouwing 1509 man
Voortstuwing Stoomturbines
Maximale snelheid 25 knopen
Bewapening 10 40cm kanons
Dieptebomrekken
In totaal 35 vliegtuigen en helikopters, na de verbouwing maximaal 20

Bemanningslijsten

Karel Doorman I: 1946 - 1948

De eerste "Hr.Ms. Karel Doorman" werd in 1943 te water gelaten als de Britse escorte-carrier "Nairana". De Nairana was een koelschip, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in opdracht van de Britse marine werd omgebouwd tot vliegdekschip. In de periode van 1946 tot 1948 werd het schip gehuurd door de Nederlands marine en werd vernoemd naar Karel Doorman. In Nederlandse dienst kon het schip achttien vliegtuigen aan boord nemen. Deze waren van het type Fairey Barracuda, Fairey Firefly Mk.1 en Hawker Sea Fury. De "Hr.Ms. Karel Doorman (QH-1)" werd in 1948 teruggegeven aan de Britse marine. Het schip werd verkocht om dienst te doen als koopvaardijschip "Port Victor". In 1971 werd het schip gesloopt in Faslane. De "Hr.Ms. Karel Doorman" werd vervangen door een nieuw Brits vliegkampschip: de "HMS Venerable".

Colossusklasse

"HMS Venerable" was één van de twaalf light fleet carriers van de "Colossusklasse". Het vliegkampschip werd op 3 december 1942 bij Cammel Laird & Co. Limited te Birkenhead op stapel gezet. Op 30 december 1943 werd het schip te water gelaten en op 17 januari 1945 als "HMS Venerable" in dienst gesteld bij de Royal Navy. De "Colossusklasse" van lichte vlootcarriers was een ontwerp uit de Tweede Wereldoorlog en leek in veel opzichten op een eenvoudige versie van de "Illustriousklasse". De "Colossusklasse" had maar een hangaar, geen bepantsering en slechts lichte luchtafweerkanons voor de zelfverdediging. De voortstuwing waseen aangepaste versie van die van kruisers uit die tijd, waarbij de ketels en machinekamers achter elkaar geplaatst waren om de effecten van torpedo- of bominslag beneden dek te verkleinen. In totaal werden er twaalf schepen van deze klasse gebouwd, waarvan de meeste dienst deden bij de Britse marine tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Karel Doorman II: 1948 - 1968

Op 28 mei 1948 werd de Hr.Ms. Karel Doorman overgedragen en in dienst gesteld bij de Nederlandse marine. De eerste maanden na de indient stelling voer de Doorman veel op de Noordzee. Later dat jaar werd het vliegkampschip naar de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij gevaren voor een verbouwing van negen maanden. Bij deze verbouwing werd de accommodatie verbeterd, recreatieverblijven toegevoegd en wasplaatsen aangepakt. Er werd moderne kookapparatuur geplaatst in de kombuis en de opslagruimtes werden aangepast. Het vliegdek werd verbouwd en er werden twee remkabels geplaatst. De vliegcentrale werd gemoderniseerd.
Velen malen fungeerde de "Hr.Ms. Karel Doorman" als vlaggenschip van smaldeel 5, het operationele smaldeel van de Nederlandse marine. Het schip is menigmaal naar de West gevaren, maar deed ook havens in Scandinavië, de VS en Canada aan. Het schip werd dan vergezeld door diverse onderzeebootjagers, onderzeeboten en kruisers.

Verbouwing

De verbouwing en modernisering van de "Hr.Ms. Karel Doorman" zat begin jaren '50 al enige tijd in de pen. De toepassing van een angled deck zou de operationele mogelijkheden van het schip aanzienlijk vergroten. Bovendien zouden nieuwere vliegtuigtypen, die op het bestaande schip niet pasten, vanaf het gemoderniseerde schip kunnen opereren. Het schip moest volgens de stafeisen, die als leidraad voor de verbouwing dienden, kunnen opereren met een twintig tot vierentwintig onderzeebootbestrijdingsvliegtuigen, zeven tot twaalf jachtvliegtuigen en een helikopter. Het was tevens nodig om het schip te voorzien van moderne verbindingsmiddelen. De gevechtsinformatie werd aanzienlijk verbeterd en uitgebreid met nieuwe radars en een vliegtuigdirectiecentrale, commandocentrale, radarcentrale en een doelaanwijscentrale. Tevens werd het schip uitgerust met meer 40mm mitrailleurs. Als laatste werd ook de accommodatie aangepakt en geschikt gemaakt voor het inschepen van een smaldeel staf. De "Hr.Ms. Karel Doorman" werd een vliegdekschip dat in kwaliteit paste in een moderne vloot.

Airwing van de "Karel Doorman"

Als onderzeebootbestrijdingsvliegtuigen werden aanvankelijk de "Fairey Firefly". Dit vliegtuig werd later vervangen door de "Grumman Avenger TBM-3W2 verkenners" en "TBM-3S2 torpedobommenwerpers". In 1960 kreeg de Doorman langeafstandspatrouillevliegtuigen van het type "Grumman Trackers S2F" aan boord. Deze vliegtuigen vervingen de Avengers en werden gebruikt voor onderzeebootopsporing en -bestrijding. Het schip was ook geschikt om met de "Fairey Gannet" de opereren, maar dit heeft nooit plaats gevonden. De aan boord ingescheepte jachtvliegtuigen waren aanvankelijk van het type "Hawker Sea Fury". Dit type vliegtuig werd later vervangen door straalvliegtuigen van het type "Hawker Sea Hawk". Er was een helikopter aan boord geplaatst, een Sikorsky S-51 en later de S-55 en S-58, die diende voor het redden van drenkelingen in het geval dat een vliegtuig bij de start of landing in het water zou belanden.

Inzet Nederlands Nieuw Guinea

Nederlands Nieuw-Guinea was van 1949 tot 1962 een overzees gebiedsdeel van Nederland. Voor die tijd behoorde het eiland tot Nederlands-Indië. Toen Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, behield Nederland Nieuw-Guinea. In 1949, nadat Indonesië onafhankelijk was geworden, zouden beide partijen een overeenkomst moeten bereiken over wat er met Nieuw-Guinea moest gebeuren. Nadat alle deelstaten, die waren opgericht door de Nederlanders, waren ontmanteld had Nederland sterk het verlangen om Nieuw-Guinea te behouden. De "Hr.Ms. Karel Doorman" werd in 1961 met militair materieel naar Nieuw-Guinea gestuurd, onder het mom van vlagvertoon. Deze tocht, de langste die het schip ooit maakte, draaide op een diplomatiek fiasco uit en toonde aan hoe weinig steun Nederland kreeg van de internationale genootschap. Niet lang daarna werd Nieuw-Guinea overgedragen aan Indonesië.
Met het verlies van Nieuw Guinea twijfelde de Nederlandse regering over het behoud van een groot vliegkampschip als de "Karel Doorman". In de toekomst zou de marine zich voornamelijk moeten richten op de bestrijding van onderzeeboten in de Atlantische Oceaan, in samenwerking met NAVO bondgenoten. Een zelfstandige rol, buiten NAVO gebied, was geen optie meer. Besloten werd om alle investeringen in de Doorman te staken en het schip omstreeks 1970 uit de vaart te halen.

Grote brand

Op 29 april 1968 ontstond er een grote brand in de voormachinekamer. Een dag later sloeg de brand ook over naar de achtermachinekamer. De brand begon met kleine vlammetjes onder de ketels in de voormachinekamer. De brand was binnen enkele uren geblust. In de nacht die daarop volgde vloog ook de achtermachinekamer in brand. De schade aan het schip was enorm. Indien het schip gerepareerd zou worden, zou het minimaal vijf maanden niet beschikbaar zijn. Daarbij zouden de reparatiekosten, vlak voor de uitdienst stelling, te hoog zijn, waarop de marineleiding besloot de "Dikke Boot" vervroegd uit dienst te stellen.

25 de Mayo: 1968 - 1997

Na de grote brand aan boord van de Doorman, werd het schip verkocht aan Argentinië. De schade was voor de verkoop niet gerepareerd, waarop Argentinië het schip liet herstellen in Nederland nadat ze het schip gekocht hadden. In 1969 voer het schip als de "ARA 25 de Mayo". Het schip werd later uitgerust met een gewijzigd Ferranti CAAIS dataverwerkingssysteem en Plessey Super CAAIS consoles. Met behulp van dit systeem kon het schip haar vliegtuigen leiden en via datalinks communiceren met de Type 42 destroyers die in de jaren '70 van de Britse marine waren overgenomen. De dekopbouw werd gewijzigd en verschilt aanzienlijk van die van andere voormalige Britse vliegdekschepen die bij andere marines varen. In 1980 tot 1981 werd het vliegdek versterkt en werd extra dekruimte gecreëerd voor twee extra Super Etendards gevechtsvliegtuigen.
De "25 de Mayo" speelde een hoofdrol bij de landingen op de Falklands en zou een aanval op de Britse vloot ondernemen, maar het weer kwam tussen beide. Toen vervolgens de "ARA General Belgrado" tot zinken werd gebracht, zag het vliegdekschip zich gedwongen om de relatief veilige kustwateren van Argentinie op te zoeken en speelde daarna geen rol meer in de oorlog.
Het schip kwam in de jaren '90 niet meer van haar plaats. Het schip werd als gevolg van problemen met de voortstuwing niet meer operationeel beschouwd. Die Argentijnse marine had geen financiële middelen om het schip te moderniseren en stelde het schip in 1997 uit dienst. Onderdelen en apparatuur werden van het schip gekannibaliseerd om vervolgens geplaatst te worden op het Braziliaanse zusterschip, de "NAeL Minas Gerais". Uiteindelijk is de "25 de Mayo" in 2000 naar India gesleept om daar gesloopt te worden.

Specificaties

Afmetingen lengte: 212,9m; breedte: 42,6m; diepgang: 7,5m
Water verplaatsing 19790 ton
Bemanning 1390 man, na verbouwing 1509 man
Voortstuwing Stoomturbines
Maximale snelheid 25 knopen
Bewapening 10 40cm kanons
Dieptebomrekken
In totaal 35 vliegtuigen en helikopters, na de verbouwing maximaal 20

Bemanningslijsten

Karel Doorman I: 1946 - 1948

De eerste "Hr.Ms. Karel Doorman" werd in 1943 te water gelaten als de Britse escorte-carrier "Nairana". De Nairana was een koelschip, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in opdracht van de Britse marine werd omgebouwd tot vliegdekschip. In de periode van 1946 tot 1948 werd het schip gehuurd door de Nederlands marine en werd vernoemd naar Karel Doorman. In Nederlandse dienst kon het schip achttien vliegtuigen aan boord nemen. Deze waren van het type Fairey Barracuda, Fairey Firefly Mk.1 en Hawker Sea Fury. De "Hr.Ms. Karel Doorman (QH-1)" werd in 1948 teruggegeven aan de Britse marine. Het schip werd verkocht om dienst te doen als koopvaardijschip "Port Victor". In 1971 werd het schip gesloopt in Faslane. De "Hr.Ms. Karel Doorman" werd vervangen door een nieuw Brits vliegkampschip: de "HMS Venerable".

Colossusklasse

"HMS Venerable" was één van de twaalf light fleet carriers van de "Colossusklasse". Het vliegkampschip werd op 3 december 1942 bij Cammel Laird & Co. Limited te Birkenhead op stapel gezet. Op 30 december 1943 werd het schip te water gelaten en op 17 januari 1945 als "HMS Venerable" in dienst gesteld bij de Royal Navy. De "Colossusklasse" van lichte vlootcarriers was een ontwerp uit de Tweede Wereldoorlog en leek in veel opzichten op een eenvoudige versie van de "Illustriousklasse". De "Colossusklasse" had maar een hangaar, geen bepantsering en slechts lichte luchtafweerkanons voor de zelfverdediging. De voortstuwing waseen aangepaste versie van die van kruisers uit die tijd, waarbij de ketels en machinekamers achter elkaar geplaatst waren om de effecten van torpedo- of bominslag beneden dek te verkleinen. In totaal werden er twaalf schepen van deze klasse gebouwd, waarvan de meeste dienst deden bij de Britse marine tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Karel Doorman II: 1948 - 1968

Op 28 mei 1948 werd de Hr.Ms. Karel Doorman overgedragen en in dienst gesteld bij de Nederlandse marine. De eerste maanden na de indient stelling voer de Doorman veel op de Noordzee. Later dat jaar werd het vliegkampschip naar de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij gevaren voor een verbouwing van negen maanden. Bij deze verbouwing werd de accommodatie verbeterd, recreatieverblijven toegevoegd en wasplaatsen aangepakt. Er werd moderne kookapparatuur geplaatst in de kombuis en de opslagruimtes werden aangepast. Het vliegdek werd verbouwd en er werden twee remkabels geplaatst. De vliegcentrale werd gemoderniseerd.
Velen malen fungeerde de "Hr.Ms. Karel Doorman" als vlaggenschip van smaldeel 5, het operationele smaldeel van de Nederlandse marine. Het schip is menigmaal naar de West gevaren, maar deed ook havens in Scandinavië, de VS en Canada aan. Het schip werd dan vergezeld door diverse onderzeebootjagers, onderzeeboten en kruisers.

Verbouwing

De verbouwing en modernisering van de "Hr.Ms. Karel Doorman" zat begin jaren '50 al enige tijd in de pen. De toepassing van een angled deck zou de operationele mogelijkheden van het schip aanzienlijk vergroten. Bovendien zouden nieuwere vliegtuigtypen, die op het bestaande schip niet pasten, vanaf het gemoderniseerde schip kunnen opereren. Het schip moest volgens de stafeisen, die als leidraad voor de verbouwing dienden, kunnen opereren met een twintig tot vierentwintig onderzeebootbestrijdingsvliegtuigen, zeven tot twaalf jachtvliegtuigen en een helikopter. Het was tevens nodig om het schip te voorzien van moderne verbindingsmiddelen. De gevechtsinformatie werd aanzienlijk verbeterd en uitgebreid met nieuwe radars en een vliegtuigdirectiecentrale, commandocentrale, radarcentrale en een doelaanwijscentrale. Tevens werd het schip uitgerust met meer 40mm mitrailleurs. Als laatste werd ook de accommodatie aangepakt en geschikt gemaakt voor het inschepen van een smaldeel staf. De "Hr.Ms. Karel Doorman" werd een vliegdekschip dat in kwaliteit paste in een moderne vloot.

Airwing van de "Karel Doorman"

Als onderzeebootbestrijdingsvliegtuigen werden aanvankelijk de "Fairey Firefly". Dit vliegtuig werd later vervangen door de "Grumman Avenger TBM-3W2 verkenners" en "TBM-3S2 torpedobommenwerpers". In 1960 kreeg de Doorman langeafstandspatrouillevliegtuigen van het type "Grumman Trackers S2F" aan boord. Deze vliegtuigen vervingen de Avengers en werden gebruikt voor onderzeebootopsporing en -bestrijding. Het schip was ook geschikt om met de "Fairey Gannet" de opereren, maar dit heeft nooit plaats gevonden. De aan boord ingescheepte jachtvliegtuigen waren aanvankelijk van het type "Hawker Sea Fury". Dit type vliegtuig werd later vervangen door straalvliegtuigen van het type "Hawker Sea Hawk". Er was een helikopter aan boord geplaatst, een Sikorsky S-51 en later de S-55 en S-58, die diende voor het redden van drenkelingen in het geval dat een vliegtuig bij de start of landing in het water zou belanden.

Inzet Nederlands Nieuw Guinea

Nederlands Nieuw-Guinea was van 1949 tot 1962 een overzees gebiedsdeel van Nederland. Voor die tijd behoorde het eiland tot Nederlands-Indië. Toen Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, behield Nederland Nieuw-Guinea. In 1949, nadat Indonesië onafhankelijk was geworden, zouden beide partijen een overeenkomst moeten bereiken over wat er met Nieuw-Guinea moest gebeuren. Nadat alle deelstaten, die waren opgericht door de Nederlanders, waren ontmanteld had Nederland sterk het verlangen om Nieuw-Guinea te behouden. De "Hr.Ms. Karel Doorman" werd in 1961 met militair materieel naar Nieuw-Guinea gestuurd, onder het mom van vlagvertoon. Deze tocht, de langste die het schip ooit maakte, draaide op een diplomatiek fiasco uit en toonde aan hoe weinig steun Nederland kreeg van de internationale genootschap. Niet lang daarna werd Nieuw-Guinea overgedragen aan Indonesië.
Met het verlies van Nieuw Guinea twijfelde de Nederlandse regering over het behoud van een groot vliegkampschip als de "Karel Doorman". In de toekomst zou de marine zich voornamelijk moeten richten op de bestrijding van onderzeeboten in de Atlantische Oceaan, in samenwerking met NAVO bondgenoten. Een zelfstandige rol, buiten NAVO gebied, was geen optie meer. Besloten werd om alle investeringen in de Doorman te staken en het schip omstreeks 1970 uit de vaart te halen.

Grote brand

Op 29 april 1968 ontstond er een grote brand in de voormachinekamer. Een dag later sloeg de brand ook over naar de achtermachinekamer. De brand begon met kleine vlammetjes onder de ketels in de voormachinekamer. De brand was binnen enkele uren geblust. In de nacht die daarop volgde vloog ook de achtermachinekamer in brand. De schade aan het schip was enorm. Indien het schip gerepareerd zou worden, zou het minimaal vijf maanden niet beschikbaar zijn. Daarbij zouden de reparatiekosten, vlak voor de uitdienst stelling, te hoog zijn, waarop de marineleiding besloot de "Dikke Boot" vervroegd uit dienst te stellen.

25 de Mayo: 1968 - 1997

Na de grote brand aan boord van de Doorman, werd het schip verkocht aan Argentinië. De schade was voor de verkoop niet gerepareerd, waarop Argentinië het schip liet herstellen in Nederland nadat ze het schip gekocht hadden. In 1969 voer het schip als de "ARA 25 de Mayo". Het schip werd later uitgerust met een gewijzigd Ferranti CAAIS dataverwerkingssysteem en Plessey Super CAAIS consoles. Met behulp van dit systeem kon het schip haar vliegtuigen leiden en via datalinks communiceren met de Type 42 destroyers die in de jaren '70 van de Britse marine waren overgenomen. De dekopbouw werd gewijzigd en verschilt aanzienlijk van die van andere voormalige Britse vliegdekschepen die bij andere marines varen. In 1980 tot 1981 werd het vliegdek versterkt en werd extra dekruimte gecreëerd voor twee extra Super Etendards gevechtsvliegtuigen.
De "25 de Mayo" speelde een hoofdrol bij de landingen op de Falklands en zou een aanval op de Britse vloot ondernemen, maar het weer kwam tussen beide. Toen vervolgens de "ARA General Belgrado" tot zinken werd gebracht, zag het vliegdekschip zich gedwongen om de relatief veilige kustwateren van Argentinie op te zoeken en speelde daarna geen rol meer in de oorlog.
Het schip kwam in de jaren '90 niet meer van haar plaats. Het schip werd als gevolg van problemen met de voortstuwing niet meer operationeel beschouwd. Die Argentijnse marine had geen financiële middelen om het schip te moderniseren en stelde het schip in 1997 uit dienst. Onderdelen en apparatuur werden van het schip gekannibaliseerd om vervolgens geplaatst te worden op het Braziliaanse zusterschip, de "NAeL Minas Gerais". Uiteindelijk is de "25 de Mayo" in 2000 naar India gesleept om daar gesloopt te worden.

Specificaties

Afmetingen lengte: 212,9m; breedte: 42,6m; diepgang: 7,5m
Water verplaatsing 19790 ton
Bemanning 1390 man, na verbouwing 1509 man
Voortstuwing Stoomturbines
Maximale snelheid 25 knopen
Bewapening 10 40cm kanons
Dieptebomrekken
In totaal 35 vliegtuigen en helikopters, na de verbouwing maximaal 20

Bemanningslijsten

Karel Doorman I: 1946 - 1948

De eerste "Hr.Ms. Karel Doorman" werd in 1943 te water gelaten als de Britse escorte-carrier "Nairana". De Nairana was een koelschip, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in opdracht van de Britse marine werd omgebouwd tot vliegdekschip. In de periode van 1946 tot 1948 werd het schip gehuurd door de Nederlands marine en werd vernoemd naar Karel Doorman. In Nederlandse dienst kon het schip achttien vliegtuigen aan boord nemen. Deze waren van het type Fairey Barracuda, Fairey Firefly Mk.1 en Hawker Sea Fury. De "Hr.Ms. Karel Doorman (QH-1)" werd in 1948 teruggegeven aan de Britse marine. Het schip werd verkocht om dienst te doen als koopvaardijschip "Port Victor". In 1971 werd het schip gesloopt in Faslane. De "Hr.Ms. Karel Doorman" werd vervangen door een nieuw Brits vliegkampschip: de "HMS Venerable".

Colossusklasse

"HMS Venerable" was één van de twaalf light fleet carriers van de "Colossusklasse". Het vliegkampschip werd op 3 december 1942 bij Cammel Laird & Co. Limited te Birkenhead op stapel gezet. Op 30 december 1943 werd het schip te water gelaten en op 17 januari 1945 als "HMS Venerable" in dienst gesteld bij de Royal Navy. De "Colossusklasse" van lichte vlootcarriers was een ontwerp uit de Tweede Wereldoorlog en leek in veel opzichten op een eenvoudige versie van de "Illustriousklasse". De "Colossusklasse" had maar een hangaar, geen bepantsering en slechts lichte luchtafweerkanons voor de zelfverdediging. De voortstuwing waseen aangepaste versie van die van kruisers uit die tijd, waarbij de ketels en machinekamers achter elkaar geplaatst waren om de effecten van torpedo- of bominslag beneden dek te verkleinen. In totaal werden er twaalf schepen van deze klasse gebouwd, waarvan de meeste dienst deden bij de Britse marine tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Karel Doorman II: 1948 - 1968

Op 28 mei 1948 werd de Hr.Ms. Karel Doorman overgedragen en in dienst gesteld bij de Nederlandse marine. De eerste maanden na de indient stelling voer de Doorman veel op de Noordzee. Later dat jaar werd het vliegkampschip naar de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij gevaren voor een verbouwing van negen maanden. Bij deze verbouwing werd de accommodatie verbeterd, recreatieverblijven toegevoegd en wasplaatsen aangepakt. Er werd moderne kookapparatuur geplaatst in de kombuis en de opslagruimtes werden aangepast. Het vliegdek werd verbouwd en er werden twee remkabels geplaatst. De vliegcentrale werd gemoderniseerd.
Velen malen fungeerde de "Hr.Ms. Karel Doorman" als vlaggenschip van smaldeel 5, het operationele smaldeel van de Nederlandse marine. Het schip is menigmaal naar de West gevaren, maar deed ook havens in Scandinavië, de VS en Canada aan. Het schip werd dan vergezeld door diverse onderzeebootjagers, onderzeeboten en kruisers.

Verbouwing

De verbouwing en modernisering van de "Hr.Ms. Karel Doorman" zat begin jaren '50 al enige tijd in de pen. De toepassing van een angled deck zou de operationele mogelijkheden van het schip aanzienlijk vergroten. Bovendien zouden nieuwere vliegtuigtypen, die op het bestaande schip niet pasten, vanaf het gemoderniseerde schip kunnen opereren. Het schip moest volgens de stafeisen, die als leidraad voor de verbouwing dienden, kunnen opereren met een twintig tot vierentwintig onderzeebootbestrijdingsvliegtuigen, zeven tot twaalf jachtvliegtuigen en een helikopter. Het was tevens nodig om het schip te voorzien van moderne verbindingsmiddelen. De gevechtsinformatie werd aanzienlijk verbeterd en uitgebreid met nieuwe radars en een vliegtuigdirectiecentrale, commandocentrale, radarcentrale en een doelaanwijscentrale. Tevens werd het schip uitgerust met meer 40mm mitrailleurs. Als laatste werd ook de accommodatie aangepakt en geschikt gemaakt voor het inschepen van een smaldeel staf. De "Hr.Ms. Karel Doorman" werd een vliegdekschip dat in kwaliteit paste in een moderne vloot.

Airwing van de "Karel Doorman"

Als onderzeebootbestrijdingsvliegtuigen werden aanvankelijk de "Fairey Firefly". Dit vliegtuig werd later vervangen door de "Grumman Avenger TBM-3W2 verkenners" en "TBM-3S2 torpedobommenwerpers". In 1960 kreeg de Doorman langeafstandspatrouillevliegtuigen van het type "Grumman Trackers S2F" aan boord. Deze vliegtuigen vervingen de Avengers en werden gebruikt voor onderzeebootopsporing en -bestrijding. Het schip was ook geschikt om met de "Fairey Gannet" de opereren, maar dit heeft nooit plaats gevonden. De aan boord ingescheepte jachtvliegtuigen waren aanvankelijk van het type "Hawker Sea Fury". Dit type vliegtuig werd later vervangen door straalvliegtuigen van het type "Hawker Sea Hawk". Er was een helikopter aan boord geplaatst, een Sikorsky S-51 en later de S-55 en S-58, die diende voor het redden van drenkelingen in het geval dat een vliegtuig bij de start of landing in het water zou belanden.

Inzet Nederlands Nieuw Guinea

Nederlands Nieuw-Guinea was van 1949 tot 1962 een overzees gebiedsdeel van Nederland. Voor die tijd behoorde het eiland tot Nederlands-Indië. Toen Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, behield Nederland Nieuw-Guinea. In 1949, nadat Indonesië onafhankelijk was geworden, zouden beide partijen een overeenkomst moeten bereiken over wat er met Nieuw-Guinea moest gebeuren. Nadat alle deelstaten, die waren opgericht door de Nederlanders, waren ontmanteld had Nederland sterk het verlangen om Nieuw-Guinea te behouden. De "Hr.Ms. Karel Doorman" werd in 1961 met militair materieel naar Nieuw-Guinea gestuurd, onder het mom van vlagvertoon. Deze tocht, de langste die het schip ooit maakte, draaide op een diplomatiek fiasco uit en toonde aan hoe weinig steun Nederland kreeg van de internationale genootschap. Niet lang daarna werd Nieuw-Guinea overgedragen aan Indonesië.
Met het verlies van Nieuw Guinea twijfelde de Nederlandse regering over het behoud van een groot vliegkampschip als de "Karel Doorman". In de toekomst zou de marine zich voornamelijk moeten richten op de bestrijding van onderzeeboten in de Atlantische Oceaan, in samenwerking met NAVO bondgenoten. Een zelfstandige rol, buiten NAVO gebied, was geen optie meer. Besloten werd om alle investeringen in de Doorman te staken en het schip omstreeks 1970 uit de vaart te halen.

Grote brand

Op 29 april 1968 ontstond er een grote brand in de voormachinekamer. Een dag later sloeg de brand ook over naar de achtermachinekamer. De brand begon met kleine vlammetjes onder de ketels in de voormachinekamer. De brand was binnen enkele uren geblust. In de nacht die daarop volgde vloog ook de achtermachinekamer in brand. De schade aan het schip was enorm. Indien het schip gerepareerd zou worden, zou het minimaal vijf maanden niet beschikbaar zijn. Daarbij zouden de reparatiekosten, vlak voor de uitdienst stelling, te hoog zijn, waarop de marineleiding besloot de "Dikke Boot" vervroegd uit dienst te stellen.

25 de Mayo: 1968 - 1997

Na de grote brand aan boord van de Doorman, werd het schip verkocht aan Argentinië. De schade was voor de verkoop niet gerepareerd, waarop Argentinië het schip liet herstellen in Nederland nadat ze het schip gekocht hadden. In 1969 voer het schip als de "ARA 25 de Mayo". Het schip werd later uitgerust met een gewijzigd Ferranti CAAIS dataverwerkingssysteem en Plessey Super CAAIS consoles. Met behulp van dit systeem kon het schip haar vliegtuigen leiden en via datalinks communiceren met de Type 42 destroyers die in de jaren '70 van de Britse marine waren overgenomen. De dekopbouw werd gewijzigd en verschilt aanzienlijk van die van andere voormalige Britse vliegdekschepen die bij andere marines varen. In 1980 tot 1981 werd het vliegdek versterkt en werd extra dekruimte gecreëerd voor twee extra Super Etendards gevechtsvliegtuigen.
De "25 de Mayo" speelde een hoofdrol bij de landingen op de Falklands en zou een aanval op de Britse vloot ondernemen, maar het weer kwam tussen beide. Toen vervolgens de "ARA General Belgrado" tot zinken werd gebracht, zag het vliegdekschip zich gedwongen om de relatief veilige kustwateren van Argentinie op te zoeken en speelde daarna geen rol meer in de oorlog.
Het schip kwam in de jaren '90 niet meer van haar plaats. Het schip werd als gevolg van problemen met de voortstuwing niet meer operationeel beschouwd. Die Argentijnse marine had geen financiële middelen om het schip te moderniseren en stelde het schip in 1997 uit dienst. Onderdelen en apparatuur werden van het schip gekannibaliseerd om vervolgens geplaatst te worden op het Braziliaanse zusterschip, de "NAeL Minas Gerais". Uiteindelijk is de "25 de Mayo" in 2000 naar India gesleept om daar gesloopt te worden.

Specificaties

Afmetingen lengte: 212,9m; breedte: 42,6m; diepgang: 7,5m
Water verplaatsing 19790 ton
Bemanning 1390 man, na verbouwing 1509 man
Voortstuwing Stoomturbines
Maximale snelheid 25 knopen
Bewapening 10 40cm kanons
Dieptebomrekken
In totaal 35 vliegtuigen en helikopters, na de verbouwing maximaal 20

Bemanningslijsten